Adelaide
We zijn alweer een paar dagen in Adelaide en blijven hier nog tot morgen. Het is wel weer leuk om in een grote stad te zijn, na een paar weken door heel kleine plaatsjes in de 'outback'. Ook wel weer een beetje vreemd, zoveel mensen om ons heen. We hebben een fijne camping gevonden op zo'n acht kilometer van het centrum, met een bushalte vlakbij, zodat we niet met de auto de drukke stad in hoeven. Er zitten heel veel vogels op de camping en vooral 's ochtends vroeg en 's avonds na zonsondergang is het een gefluit van jewelste. Er zitten ook 'laughing kookaburras' en 'sulphur crested cockatoos'. Vooral die laatste maken vreselijk veel herrie als ze naar elkaar aan het schreeuwen zijn. En we hebben er onze eerste koala gezien. Die komen aan de westkant van Australie niet voor, en we wisten niet dat ze hier al wel zitten, dus we waren heel verbaasd toen we er een in een boom zagen zitten, midden op de camping. Echt geweldig. Hij (het was een flinkerd, dus waarschijnlijk een mannetje) heeft twee dagen in dezelfde boom gezeten en de derde dag 's ochtends zat ie er niet meer. Verhuisd naar een andere boom met verse eucalyptusblaadjes denk ik.

Morgenmiddag stappen we op de boot naar Kangaroo Island, en hopelijk zien we daar nog meer koala's. Er zit heel veel 'wildlife' op Kangaroo Island, zoals kangaroes (uiteraard), wombats, zwarte kakatoes, zeeleeuwen en pinguins, en hopelijk gaan we daar veel zien. We blijven er vijf dagen en rijden daarna richting Melbourne om op de ferry naar Tasmanie te stappen.
Eerste kerstdag hebben we een groot gedeelte van de dag in de auto gezeten, van Albany naar Esperance. We hadden voor de zekerheid maar een campingplekje gereserveerd op de camping in Esperance, en dat bleek wel nodig, want het zat er stampevol. Het bleek dat het de enige camping in de omgeving was waar mensen hun huisdieren mee mochten nemen, dus bijna iedereen had een of meer honden bij zich. We hebben er met oordoppen moeten slapen, want het geblaf ging de hele nacht door.
Esperance was echt supermooi, en dan vooral de stranden. Echt geweldig. Het was gewoon net niet echt. Prachtig water in allerlei kleuren blauw, en witte stranden. Ook hebben we er iedere dag dolfijnen gezien, een keer zelfs een school van wel dertig dolfijnen die langs de kust kwam zwemmen. In Cape Le Grand, het nationaal park dat vijftig kilometer van Esperance ligt, is een strand dat heet 'Lucky Bay' en dat is uitgeroepen tot het witste strand van Australie. Het was ook echt zo wit dat het bijna pijn deed aan je ogen. Er waren een aantal kampeerplekken in het nationaal park, maar die zaten helaas allemaal vol tijdens de feestdagen. Het begint nu gelukkig overal al wat minder druk te worden, en over twee weken zijn de schoolvakanties weer voorbij.

Vanuit Esperance zijn we naar Norseman gereden, een goudmijnstadje dat genoemd is naar het paard Norseman dat rond 1890 met z'n hoeven het eerste goudklompje bloot heeft gelegd. Er staat zelfs een standbeeld van het paard in het centrum(pje). En toen zijn we de Nullarbor ingereden, een enorme vlakte van zo'n 1700 km, met om de tweehonderd km een 'roadhouse' met camping, tankstation en cafe. We zijn er in een kleine vier dagen doorheen gereden. We hadden gedacht dat het er rustig zou zijn, maar er reed behoorlijk wat (vakantie)verkeer. Wel jammer, want we hebben helaas geen kamelen gezien. Die vonden het vast te druk om dicht bij de weg te komen.

En ja hoor: midden in de Nullarbor begon onze auto problemen te krijgen met de koeling. We hebben koelvloeistof en olie bijgevuld, maar dat hielp niet echt, dus we wisten het ook niet meer. We zijn maar door blijven rijden, want met lange afstanden rijden ging het wel, doordat de motor koelde door de wind. Toen we de Nullarbor door waren, zijn we eigenlijk nog iets te lang door blijven rijden, maar we wilden de auto in een redelijk grote stad wegbrengen en niet in een piepklein plaatsje waar dan toch geen onderdelen voorhanden zouden zijn. We zijn uiteindelijk in Port Lincoln beland en daar konden we wel snel terecht bij een garage. Daar is de radiator eruit gehaald en schoongemaakt en is de thermostaat vervangen. En nu doet ie het gelukkig weer goed. Was niet goedkoop qua arbeidsloon, want bij een bus is de motor compacter dan bij een gewone auto en is het niet eenvoudig om de radiator eruit te halen. Er is bijna vijf uur aan gesleuteld, en de auto moest er 's avonds blijven! Gelukkig maar dat we een tent bij ons hebben. Dat was wel raar hoor, om in de tent te slapen op van die heel dunne matjes. We hebben niet heel goed geslapen (heel slecht eigenlijk) en waren blij dat we de volgende ochtend de auto weer op konden halen. Dat slaapt zoveel beter!
We zijn nog naar Point Labatt gereden, waar je vanaf een platform naar een zeeleeuwenkolonie kunt kijken beneden op de rotsen. Was erg leuk om te zien, al gebeurde er niet veel en lagen ze alleen maar lekker te luieren in de zon. We hebben wel een eind over een onverharde weg moeten rijden om er te komen, zo'n 60 km heen en weer terug. Dat ging best goed, alleen was het er nogal stoffig en toen we 's avonds op de camping aankwamen bleek dat alles en alles in de auto onder een laagje zand/stof zat. We hebben de hele auto leeg gehaald en alles afgeveegd en uitgeklopt.

Ook Coffin Bay was erg mooi. Daar was ook het grootste gedeelte van de weg onverhard en alleen toegankelijk voor 4WD, dus we konden maar een stukje zien. Maar dat was wel een heel mooi stukje, met (weer) prachtige uitzichten over turquoise water en witte stranden (begint het al een beetje vervelend te worden??)

We zijn nu overigens in de staat South Australia en er is hier een tijdsverschil van anderhalf uur met Western Australia. We zijn al bijna twee weken in deze staat, maar we zijn nog niet gewend aan het tijdsverschil. We slapen 's ochtends veel langer door (maar liefst tot half acht, soms acht uur) en zijn 's avonds veel langer wakker. Het is ook veel langer licht, bijna tot negen uur, en dat is wel heel erg fijn.
We zijn via Port Augusta naar de Flinders Ranges gereden, een supermooi nationaal park zo'n 400 km boven Adelaide. Port Augusta was ook de eerste plaats waar we tijdens onze vorige reis ook zijn geweest. Toen kwamen we van de andere kant, vanuit Adelaide, en zijn we daarna omhoog richting Alice Springs gereden. Was wel een beetje raar om dingen te herkennen van de vorige keer, zoals het grote roze meer (is roze door de algen) en de autowinkel waar we toen een ventilator hebben gekocht. Het was trouwens superheet in Port Augusta, zo'n 40 gr. Het is nu gelukkig weer wat koeler, 27 gr., maar de komende dagen wordt het alweer warmer hoorden we op de radio.
De Flinders Ranges vonden we heel erg mooi. Het is een heel oud landschap van zo'n 550 miljoen jaren oud. Prachtig om te zien en doorheen te rijden. Het is allemaal onverharde weg en we hadden niet gedacht dat we met onze gewone 2WD dwars door het park zouden kunnen rijden. We waren van plan om er omheen te rijden en dan steeds kleine stukjes erin, maar we kwamen een gewone auto tegen met twee Fransen en die vertelden dat ze er doorheen hadden gereden, wel heel voorzichtig, door droge rivierbeddingen enzo, maar het ging wel. Dus toen hebben we het ook geprobeerd. En het ging echt wel, we moesten alleen heel voorzichtig rijden. We hebben de hele dag over 50 km gedaan, maar het was wel de moeite waard. We hebben een aantal 'wedge tailed eagles' (wigstaartarenden) gezien. Wel jammer dat ze zo schichtig zijn en meteen wegvliegen als je aan komt rijden. En er zaten heel erg veel kangaroes en emu's. Ook 's avonds op de camping zagen we overal kangaroes grazen en rondhoppen. Toen we zaten te koken, kwamen een kangaroe met joey in volle vaart aangesprongen (het eten was bijna klaar, blijkbaar roken ze dat....) en die staken bijna hun snoetjes in de (hete) pan. We konden ze nog net tegenhouden. Het is natuurlijk heel leuk als de kangaroes zo dichtbij komen, maar het is toch eigenlijk ook niet goed als ze zo tam zijn dat ze totaal geen angst hebben voor mensen.

Dat was het weer voor deze keer. Tot de volgende keer maar weer.
Groetjes,
Mireille en Roger
Morgenmiddag stappen we op de boot naar Kangaroo Island, en hopelijk zien we daar nog meer koala's. Er zit heel veel 'wildlife' op Kangaroo Island, zoals kangaroes (uiteraard), wombats, zwarte kakatoes, zeeleeuwen en pinguins, en hopelijk gaan we daar veel zien. We blijven er vijf dagen en rijden daarna richting Melbourne om op de ferry naar Tasmanie te stappen.
Eerste kerstdag hebben we een groot gedeelte van de dag in de auto gezeten, van Albany naar Esperance. We hadden voor de zekerheid maar een campingplekje gereserveerd op de camping in Esperance, en dat bleek wel nodig, want het zat er stampevol. Het bleek dat het de enige camping in de omgeving was waar mensen hun huisdieren mee mochten nemen, dus bijna iedereen had een of meer honden bij zich. We hebben er met oordoppen moeten slapen, want het geblaf ging de hele nacht door.
Esperance was echt supermooi, en dan vooral de stranden. Echt geweldig. Het was gewoon net niet echt. Prachtig water in allerlei kleuren blauw, en witte stranden. Ook hebben we er iedere dag dolfijnen gezien, een keer zelfs een school van wel dertig dolfijnen die langs de kust kwam zwemmen. In Cape Le Grand, het nationaal park dat vijftig kilometer van Esperance ligt, is een strand dat heet 'Lucky Bay' en dat is uitgeroepen tot het witste strand van Australie. Het was ook echt zo wit dat het bijna pijn deed aan je ogen. Er waren een aantal kampeerplekken in het nationaal park, maar die zaten helaas allemaal vol tijdens de feestdagen. Het begint nu gelukkig overal al wat minder druk te worden, en over twee weken zijn de schoolvakanties weer voorbij.
Vanuit Esperance zijn we naar Norseman gereden, een goudmijnstadje dat genoemd is naar het paard Norseman dat rond 1890 met z'n hoeven het eerste goudklompje bloot heeft gelegd. Er staat zelfs een standbeeld van het paard in het centrum(pje). En toen zijn we de Nullarbor ingereden, een enorme vlakte van zo'n 1700 km, met om de tweehonderd km een 'roadhouse' met camping, tankstation en cafe. We zijn er in een kleine vier dagen doorheen gereden. We hadden gedacht dat het er rustig zou zijn, maar er reed behoorlijk wat (vakantie)verkeer. Wel jammer, want we hebben helaas geen kamelen gezien. Die vonden het vast te druk om dicht bij de weg te komen.
En ja hoor: midden in de Nullarbor begon onze auto problemen te krijgen met de koeling. We hebben koelvloeistof en olie bijgevuld, maar dat hielp niet echt, dus we wisten het ook niet meer. We zijn maar door blijven rijden, want met lange afstanden rijden ging het wel, doordat de motor koelde door de wind. Toen we de Nullarbor door waren, zijn we eigenlijk nog iets te lang door blijven rijden, maar we wilden de auto in een redelijk grote stad wegbrengen en niet in een piepklein plaatsje waar dan toch geen onderdelen voorhanden zouden zijn. We zijn uiteindelijk in Port Lincoln beland en daar konden we wel snel terecht bij een garage. Daar is de radiator eruit gehaald en schoongemaakt en is de thermostaat vervangen. En nu doet ie het gelukkig weer goed. Was niet goedkoop qua arbeidsloon, want bij een bus is de motor compacter dan bij een gewone auto en is het niet eenvoudig om de radiator eruit te halen. Er is bijna vijf uur aan gesleuteld, en de auto moest er 's avonds blijven! Gelukkig maar dat we een tent bij ons hebben. Dat was wel raar hoor, om in de tent te slapen op van die heel dunne matjes. We hebben niet heel goed geslapen (heel slecht eigenlijk) en waren blij dat we de volgende ochtend de auto weer op konden halen. Dat slaapt zoveel beter!
We zijn nog naar Point Labatt gereden, waar je vanaf een platform naar een zeeleeuwenkolonie kunt kijken beneden op de rotsen. Was erg leuk om te zien, al gebeurde er niet veel en lagen ze alleen maar lekker te luieren in de zon. We hebben wel een eind over een onverharde weg moeten rijden om er te komen, zo'n 60 km heen en weer terug. Dat ging best goed, alleen was het er nogal stoffig en toen we 's avonds op de camping aankwamen bleek dat alles en alles in de auto onder een laagje zand/stof zat. We hebben de hele auto leeg gehaald en alles afgeveegd en uitgeklopt.
Ook Coffin Bay was erg mooi. Daar was ook het grootste gedeelte van de weg onverhard en alleen toegankelijk voor 4WD, dus we konden maar een stukje zien. Maar dat was wel een heel mooi stukje, met (weer) prachtige uitzichten over turquoise water en witte stranden (begint het al een beetje vervelend te worden??)
We zijn nu overigens in de staat South Australia en er is hier een tijdsverschil van anderhalf uur met Western Australia. We zijn al bijna twee weken in deze staat, maar we zijn nog niet gewend aan het tijdsverschil. We slapen 's ochtends veel langer door (maar liefst tot half acht, soms acht uur) en zijn 's avonds veel langer wakker. Het is ook veel langer licht, bijna tot negen uur, en dat is wel heel erg fijn.
We zijn via Port Augusta naar de Flinders Ranges gereden, een supermooi nationaal park zo'n 400 km boven Adelaide. Port Augusta was ook de eerste plaats waar we tijdens onze vorige reis ook zijn geweest. Toen kwamen we van de andere kant, vanuit Adelaide, en zijn we daarna omhoog richting Alice Springs gereden. Was wel een beetje raar om dingen te herkennen van de vorige keer, zoals het grote roze meer (is roze door de algen) en de autowinkel waar we toen een ventilator hebben gekocht. Het was trouwens superheet in Port Augusta, zo'n 40 gr. Het is nu gelukkig weer wat koeler, 27 gr., maar de komende dagen wordt het alweer warmer hoorden we op de radio.
De Flinders Ranges vonden we heel erg mooi. Het is een heel oud landschap van zo'n 550 miljoen jaren oud. Prachtig om te zien en doorheen te rijden. Het is allemaal onverharde weg en we hadden niet gedacht dat we met onze gewone 2WD dwars door het park zouden kunnen rijden. We waren van plan om er omheen te rijden en dan steeds kleine stukjes erin, maar we kwamen een gewone auto tegen met twee Fransen en die vertelden dat ze er doorheen hadden gereden, wel heel voorzichtig, door droge rivierbeddingen enzo, maar het ging wel. Dus toen hebben we het ook geprobeerd. En het ging echt wel, we moesten alleen heel voorzichtig rijden. We hebben de hele dag over 50 km gedaan, maar het was wel de moeite waard. We hebben een aantal 'wedge tailed eagles' (wigstaartarenden) gezien. Wel jammer dat ze zo schichtig zijn en meteen wegvliegen als je aan komt rijden. En er zaten heel erg veel kangaroes en emu's. Ook 's avonds op de camping zagen we overal kangaroes grazen en rondhoppen. Toen we zaten te koken, kwamen een kangaroe met joey in volle vaart aangesprongen (het eten was bijna klaar, blijkbaar roken ze dat....) en die staken bijna hun snoetjes in de (hete) pan. We konden ze nog net tegenhouden. Het is natuurlijk heel leuk als de kangaroes zo dichtbij komen, maar het is toch eigenlijk ook niet goed als ze zo tam zijn dat ze totaal geen angst hebben voor mensen.
Dat was het weer voor deze keer. Tot de volgende keer maar weer.
Groetjes,
Mireille en Roger
Hoi Mireille en Roger, wat een mooie belevenissen zeg! Wij zijn al weer terug uit Tenerife dat was leuk maar veel minder avontuurlijk dan jullie verhalen! groetjes van Jef,Sandra en kids
Hoi Mireille en Roger, het regent hier....saai, grauw en grijs, maar toch hou ik van mijn landje! Jullie fotoos zijn adembenemend mooi!Ik geniet op een afstand mee. Kijk weer uit naar volgend verhaal! h. groet Marian Peters