Tasmanie
Hallo allemaal,
In Tasmanie is het er helemaal niet van gekomen om een stukje op de pagina te zetten. We zijn een kleine vier weken op Tasmanie geweest, wat best ruim is, maar we hebben toch aardig door moeten rijden om alle mooie plekken te bekijken. Het was heel erg mooi. En we hebben ontzettend geboft met het weer. De zomermaanden zijn het beste om Tasmanie te bezoeken, maar ook dan kan het weer koud en regenachtig zijn. Alleen de eerste drie dagen hebben we wat regen gehad en was het koud!! Vooral 's nachts. Dat was in Cradle Mountain, een heeeeeel erg mooi bergachtig gebied. Toen wij er waren, was het overdag zo'n 13 a 14 graden, en 's nachts maar 3 a 4 graden. Dan is het toch wel erg koud om in de auto te slapen. We waren erg blij dat we onze lange onderbroeken (hadden we in Mongolie nodig) nog bij ons hadden, want die zaten wel lekker warm. Gelukkig werd het weer daarna beter en werd het zelfs warm. We hebben een dag of vier achter elkaar boven de dertig graden gehad, en dat is voor Tasmanie heel uitzonderlijk. Dat was sinds 1994 niet meer gebeurd, en het stond zelfs op de voorpagina van de krant.
De bootreis op de heenweg was niet zo prettig. De zee was niet echt rustig, en de boot schommelde nogal. Mireille was de hele reis nogal misselijk en dat was niet fijn, aangezien het een boottocht van tien uur was..... De boot was wel erg indrukwekkend, heel erg groot. We hadden nog nooit zo'n groot schip van binnen gezien. Het grootste gedeelte is voor het vervoer van de auto's en caravans; er kunnen zo'n 300 auto's op de boot. Verder kunnen er zo'n 500 mensen op, en er zijn heel veel zithoekjes waar je lekker kunt zitten. De terugweg was gelukkig wel heel rustig en het was zelfs lekker om buiten te zitten. Wat wel stom was op de heenweg, was dat we onze jerrycan met benzine niet hadden leeggemaakt. Het was verboden om een volle jerrycan in de auto te hebben tijdens de overtocht, dus we hebben vijftien liter benzine weg moeten gooien (in een speciale ton). Erg zonde. Maar wel onze eigen schuld, want we hadden de voorwaarden niet goed gelezen, daar stond het natuurlijk gewoon in.

Na een dagje bijkomen in Devonport zijn we dus naar het koude en natte Cradle Mountain gereden. Supermooi gebied met mooie wandelroutes en heel veel 'wildlife', waaronder possums, wombats, wallabies en pademelons (heel kleine schattige buideldieren). We hebben er 's avonds, tijdens een 'spotlight' tour, wombats, wallabies en pademelons gezien. Ook zaten er 's avonds possums op de camping, die kwamen kijken of er nog iets van eten te halen viel. Er zijn altijd mensen die het leuk vinden om de beestjes te voeren, ook al hangt overal op dat je ze niet moet voeren, omdat ons eten slecht voor ze is, en ze er ziek van worden.

We hebben op heel Tasmanie geen Tasmaanse duivel in het wild gezien. We hebben ze wel in Cradle Mountain in het 'devil centre' gezien, waar o.a. zieke duivels worden opgevangen, en in een 'wildlife park' in de buurt van Hobart. Sinds 1995 is in sommige gebieden negentig procent van de duivelpopulatie gestorven aan een besmettelijke vorm van kanker. De beestjes sterven doordat er kankergezwellen groeien in het gezicht, waardoor ze op den duur niet meer in staat zijn om te eten. Het is niet precies duidelijk hoe de ziekte wordt overgedragen, en als er geen oplossing voor gevonden wordt, zullen ze waarschijnlijk snel uitsterven. Echt heel erg!

Na Cradle Mountain zijn we naar de noordkust gereden, waar we door een aantal plaatsen zijn gereden en in Stanley hebben overnacht. In Stanley staat/ligt de zogenaamde 'nut', een heel grote rots waar je omhoog kunt klimmen of met een kabelbaan omhoog kunt. De kabelbaan vonden we te duur, dus we zijn maar gaan lopen. Dat viel gelukkig heel erg mee..... En het uitzicht was erg mooi. Verder was er in Stanley niet zo veel te beleven en zijn we naar de westkust gereden, naar het plaatsje Strahan. Dat was een stuk van 270 km. Daar hebben we toch de nodige uren over gedaan, omdat Tasmanie erg bergachtig is, en er praktisch geen recht stuk weg te bekennen is. Erg mooi rijden, maar ook best vermoeiend. En natuurlijk moet je altijd oppassen voor overstekend wild.

In Strahan hebben we twee wandelingen gedaan naar mooie watervalletjes, en we zijn naar het 33km lange Ocean Beach gereden. Daar was vanaf de parkeerplaats een paadje door de duinen naar het strand, en daar bleek een tijgerslang te zitten!! Die hadden we op de heenweg niet gezien, maar met teruglopen zag Roger hem ineens vlak naast hem liggen, echt op ooghoogte. Toen Roger wilde kijken waar het hoofd zat en waar de staart, zodat ie rustig de goede kant op kon lopen, begon de slang net zijn kant op te bewegen. Dus toen kwam Roger toch maar snel terug rennen. Dat was best heel erg eng. We zijn maar helemaal omgelopen terug naar de auto en hebben de mensen die net aankwamen maar even gewaarschuwd. Brrrrrrrrr.......
Na Strahan zijn we naar Lake St. Clair gereden, een National Park zo'n honderd km onder Cradle Mountain. Je kunt niet rechtstreeks van het ene naar het andere National Park rijden, want dat is een heel ruig en ontoegankelijk gebied. Het is wel een 'overland track' van zo'n 85 km (6 dagen lopen) voor de wat fittere mensen onder ons. Het moet een heel mooie 'track' zijn, een van de mooiste wereldwijd, en veel 'hikers' komen er zelfs speciaal voor naar Tasmanie. Wij hebben ons maar beperkt tot wat kortere wandelingen, o.a. naar de Hogart Falls en naar een mooi uitkijkpunt (Donaghys Lookout), beide onderweg naar Lake St. Clair, en een wandeling van zo'n 5 km bij Lake St. Clair. Ook erg mooi. Alleen liepen we niet echt op ons gemak tijdens die wandeling van 5 km, want er hingen waarschuwingen op dat de tijgerslangen erg actief waren door het ongewoon warme weer. Gelukkig hebben we er daar geen meer gezien. Het was overigens erg druk bij Lake St. Clair, eigenlijk overal wel op Tasmanie. We dachten dat het wat rustiger zou zijn als de zomervakantie afgelopen zou zijn, maar dat dachten heel veel anderen ook. Doordat de afstanden zo kort zijn, en iedereen dezelfde route volgt, kwamen we ook heel vaak dezelfde mensen tegen.
Daarna: Mount Field National Park. Kamperen in het bos en 's avonds overal wallabies en pademelons. Heel erg leuk. We zijn er via een 14km lange kronkelweg naar Lake Dobson gereden, waar we een stuk langs het meer hebben gelopen in de hoop er een platypus te zien. Er zijn overigens een boel meertjes en kreekjes in Tasmanie waar platypuses zitten, en we hebben ons best gedaan er een te zien (gewoon heel stil langs het water gaan zitten), maar helaas. Tijdens onze vorige reis in Australie hebben we wel twee keer een platypus gezien, en we komen daar weer langs, dus wie weet, zien we er daar weer een. In onze 'Watching Wildlife Australia' gids (supergoede gids overigens) stond dat het leuk is om 's nachts nar de Russell Watervallen te lopen (vlakbij de camping). We zijn er 's middags een keer naartoe gelopen, toen het licht was, en daarna zijn we 's nachts om drie uur hetzelfde stukje gaan lopen (20 minuten). Toen hebben we er inderdaad een boel possums gezien, en twee 'eastern barred bandicoots'. Echt super. Dit schattige beestje is op 'mainland' Australie uitgestorven, doordat er veel te veel bos wordt gekapt en er te veel wordt gebouwd. Maar op Tasmanie zijn er gelukkig nog een boel. Ze waren ook echt niet bang en bleven lekker in het gras zitten grazen, zodat we ze goed konden zien. We hebben er geen foto van kunnen maken, maar we hebben wel een mooie foto op het internet gevonden:

Hobart vonden we een leuke, overzichtelijke en niet zo grote stad. We hebben er rondgewandeld door de wat oudere wijken, langs de haven en over het Salamanca plein, we zijn er naar het Tasmanian Museum geweest, en we hebben eindelijk weer eens een film gezien (Hannibal Rising). En: we hebben er dubbelzoute drop gevonden! We liepen langs een piepklein winkeltje waar allemaal glazen potten met snoep en drop in de etalage stonden, waaronder echte dubbelzoute drop. Lekker hoor. Was wel duur, dus we hadden maar een klein zakje, dat inmiddels ook allang op is. Over een maand of zo zullen we wel in Sydney zijn, en daar hebben we van andere Nederlanders een adres gekregen van een Nederlandse winkel, dus daar kunnen we weer wat Nederlandse dingetjes kopen (drop, gevulde koeken, mayonaise enzo) (ze hebben hier ook mayonaise, maar Remia is toch echt wel lekkerder).
Vlakbij Hobart is het Bonorong Wildlife Park. Er zijn een heleboel Wildlife Parks in Tasmanie, maar we hadden gelezen dat dit de mooiste zou zijn. Was ook inderdaad erg leuk. Er liepen een heleboel kangaroes en wallabies rond, en bij de kassa kregen we allebei een zakje voer om ze te voeren. Als er op een camping in het bos kangaroes naar je toe komen, doordat ze zo gewend zijn geraakt aan mensen, moeten we altijd ons best doen om ze niet te aaien, want we vinden het maar niks dat wilde kangaroes zo dichtbij mensen komen, maar nu mochten we ze aaien en voeren, en dat hebben we dan ook gedaan. Was heeeeeel erg leuk. Verder hebben we er weer Tasmaanse duivels gezien, wombats, koala's etc.


Na Hobart zijn we naar Bruny Island gereden, waar we twee nachten zijn geweest. Het is maar tien minuten varen met een ferry, dus we waren er zo. We hadden van tevoren niet gezien dat het grootste gedeelte van het eiland (heel slechte) onverharde wegen heeft, dus we hebben maar een gedeelte gezien. We hebben er een mooie wandeling gedaan naar Grass Point en Flute Cape. Dat was flink omhoog lopen, en het was echt bijna niet meer leuk, maar de uitzichten waren super en we hebben er een boel 'yellow-tailed black cockatoos' (zwarte geelstaartkaketoes) gezien. Dat zijn toch echt wel de mooiste kaketoes die we hebben gezien. Ze maken een heel apart, metalig raspend geluid. Het duurde even voor we in de gaten hadden waar dat rare geluid vandaan kwam. 's Avonds zijn we naar het strand gereden, waar een kolonie 'little penguins' leeft. Daar was een lange 'boardwalk' aangelegd, waar je overheen kon lopen om de pinguins te zien die uit zee terugkwamen na een dag vissen. We vermijden het altijd om in het donker te rijden, want 's avonds lopen er zoveel dieren rond. Met terugrijden zat er ook inderdaad ineens een kangaroe voor ons op de weg. Hij sprong gelukkig snel van de weg af, en we reden erg langzaam, dus we konden makkelijk stoppen. De meeste Aussies rijden stug door 's nachts, en dat is te merken. Er liggen altijd erg veel dode dieren langs en op de weg. Dat is al bijna gewoon.

Port Arthur was de volgende stop. Het is de belangrijkste toeristische trekpleister op Tasmanie, hebben we ons laten vertellen. Port Arthur is een strafkolonie uit de negentiende eeuw (1830-1877). Er staan nog een boel (vervallen) gebouwen uit die tijd en het is erg leuk om hier doorheen te dwalen. We zijn met een wandeling meegeweest met een gids langs een aantal gebouwen en door de verhalen begint het toch wel wat te leven en kun je je er een beetje een voorstelling van maken hoe het leven in zo'n strafkolonie is geweest. Het was destijds de strengste gevangenis in Australie en er werden voornamelijk gevangenen heen gestuurd die opnieuw in de fout gingen in Australie, en die dus extra zwaar gestraf moesten worden. Ontsnappen was niet mogelijk, omdat Port Arthur omringd is door water en er alleen een smalle toegangsweg is, waar grote honden vastgebonden waren, waar niemand langskwam. Tasmanie was overigens de tweede kolonie waar de Britten hun gevangenen heen stuurden. De eerste plek was Sydney. Wel een heel grappig idee dat de meeste Australiers afstammen van Britse gevangenen. Hoewel ze het zelf helemaal niet grappig vinden, en er liever niet aan worden herinnerd. Ha ha ha.
Freycinet National Park was de volgende bestemming. Ook weer een erg mooi park langs de kust, waar we weer een mooi stuk hebben gelopen naar een heel mooi uitkijkpunt over 'Wineglass Bay'. Het was weer een flinke klim, maar het was wel de moeite waard. De wandeling ging nog verder, naar beneden naar 'Wineglass Bay', maar dat vonden we weer een beetje te veel van het goede want je moest ook weer helemaal teruglopen. Dat was weer voor de wat fittere mensen. Iedereen die van flinke wandelingen houdt, kan z'n hart ophalen op Tasmanie!! Wij vinden het ook wel leuk om te lopen, maar bij 5 a 6 km houdt het wel op met de pret.

Vervolgens zijn we naar Mount William National Park gereden, helemaal in de noordoostelijke hoek. Het is de enige plek in Tassie waar de inheemse 'Forrester Kangaroo' voorkomt, en we hebben er een heleboel gezien toen we 's avonds de 'Forrester Kangaroo Drive' hebben gereden. Dat is een stuk van zo'n tien km langs open grasvelden waar 's avonds de kangaroes komen grazen. We hebben het stuk twee keer gereden, heen en terug, en hebben er bijna twee uur over gedaan. Met een sukkelgangetje van tien km per uur zijn we langs de kangaroes gereden. Er zaten er echt een heleboel. Ook hebben we vier wombats gezien, waaronder een moeder met een kleintje. Ze renden helaas allemaal snel de struiken in toen wij aan kwamen rijden. Toen we een wombat langs de kant van de weg zagen, zijn we uitgestapt. Hij rende natuurlijk meteen weg, maar toen we een stukje van de weg afgingen, zagen we hem ineens achter een struikjes staan, echt vlakbij. We schrokken wel even, want hij was best groot. Het arme beest was zich ook helemaal rotgeschrokken toen we ineens naast hem stonden. Hij stond stokstijf van schrik en stond heel hoog op z'n poten om zich extra groot te maken. Toen we even de andere kant opkeken, rende ie heeeeeel hard weg. Ze zien er erg log uit, maar blijkbaar kunnen ze over korte afstanden zo'n 40 km/h rennen.
De kampeerplaats binnen het park had alleen een wc in de vorm van een 'dunny' (een echte ouderwetse buiten wc). Op zich is zo'n simpele wc geen probleem, maar er lag een tijgerslang voor, die zich lekker aan het opwarmen was in de zon. Hij bleef er de hele dag in de buurt liggen. Toen hij uiteindelijk wegkroop, bleek zijn nest precies onder de wc te zijn... Gelukkig was er nog een picknickplaats in de buurt voor dagjesmensen, waar nog een andere 'dunny' stond. We zijn alletwee niet echt bang voor slangen, maar op Tassie zijn er toch net iets te veel tijgeslangen...
Launceston is de tweede grote stad van Tassie. We zijn er naar de Cataract Gorge geweest, een kloof waar een rivier doorheen stroomt met een heel mooi park eromheen, gewoon midden in de stad. Je kunt er wandelen langs de 'gorge' en zwemmen in een meer, en er is zelfs een groot zwembad bij. We hebben er lekker een dagje rondgehangen. De eerste nacht in Launceston waren we op een camping in de stad. Dat was echt een van de ergste campings waar we tot nu toe zijn geweest. We kregen een heel raar plekje achter de 'barbies' (barbeque's), waar dus de hele avond luidruchtige Aussies aan het bbq'en waren, en op een veldje naast ons stond een luidruchtig gezin met vier gillende kinderen. En tot overmaat van ramp stonden we ook nog onder een grote lamp..... (slaapt niet zo lekker). De volgende dag zijn we dus toch naar een andere camping 15km verderop gegaan, waar we een heerlijk rustig plekje hadden naast een mooie rivier.
Narawntapu National Park is het laatste National Park waar we zijn geweest. Het ligt op 30km ten oosten van Devonport. We hebben er een heleboel wombats gezien, ook heel dichtbij. De tweede avond dat we er waren hebben we er maar liefst negen gezien. Dat was wel heel bijzonder. En natuurlijk weer een heleboel kangaroes, wallabies en pademelons. Die blijven zo leuk, daar kunnen we maar geen genoeg van krijgen. De eerste avond hebben we gekampeerd op een plek waar alleen w.c.'s waren, en de tweede avond zijn we naar een andere plek gegaan, waar ook douches bij waren. In de 'bush' kamperen is heel erg leuk, maar we vinden het toch ook wel erg prettig als we lekker kunnen douchen.

We zijn nu alweer twee dagen in Melbourne en hebben lekker uitgerust op de camping. We hebben een erg prettige camping gevonden, zo'n twintig km van het centrum. Het is een andere camping dan die waar we waren voordat we naar Tasmanie gingen, want die was wat te druk en veeeeeel te duur. Deze camping is fijn, met een zwembad, internet, en een groot formaat tv met een boel filmzenders en cartoon network (Roger is helemaal gelukkig en heeft gisteren uren naar 'South Park' zitten kijken). Vanavond gaan we naar het theater, naar een live voorstelling van Little Britain. We hebben er heel veel zin in, en hopen dat we het een beetje kunnen volgen zonder ondertiteling.
Tot de volgende keer!!
Veel groetjes,
Mireille en Roger
In Tasmanie is het er helemaal niet van gekomen om een stukje op de pagina te zetten. We zijn een kleine vier weken op Tasmanie geweest, wat best ruim is, maar we hebben toch aardig door moeten rijden om alle mooie plekken te bekijken. Het was heel erg mooi. En we hebben ontzettend geboft met het weer. De zomermaanden zijn het beste om Tasmanie te bezoeken, maar ook dan kan het weer koud en regenachtig zijn. Alleen de eerste drie dagen hebben we wat regen gehad en was het koud!! Vooral 's nachts. Dat was in Cradle Mountain, een heeeeeel erg mooi bergachtig gebied. Toen wij er waren, was het overdag zo'n 13 a 14 graden, en 's nachts maar 3 a 4 graden. Dan is het toch wel erg koud om in de auto te slapen. We waren erg blij dat we onze lange onderbroeken (hadden we in Mongolie nodig) nog bij ons hadden, want die zaten wel lekker warm. Gelukkig werd het weer daarna beter en werd het zelfs warm. We hebben een dag of vier achter elkaar boven de dertig graden gehad, en dat is voor Tasmanie heel uitzonderlijk. Dat was sinds 1994 niet meer gebeurd, en het stond zelfs op de voorpagina van de krant.
De bootreis op de heenweg was niet zo prettig. De zee was niet echt rustig, en de boot schommelde nogal. Mireille was de hele reis nogal misselijk en dat was niet fijn, aangezien het een boottocht van tien uur was..... De boot was wel erg indrukwekkend, heel erg groot. We hadden nog nooit zo'n groot schip van binnen gezien. Het grootste gedeelte is voor het vervoer van de auto's en caravans; er kunnen zo'n 300 auto's op de boot. Verder kunnen er zo'n 500 mensen op, en er zijn heel veel zithoekjes waar je lekker kunt zitten. De terugweg was gelukkig wel heel rustig en het was zelfs lekker om buiten te zitten. Wat wel stom was op de heenweg, was dat we onze jerrycan met benzine niet hadden leeggemaakt. Het was verboden om een volle jerrycan in de auto te hebben tijdens de overtocht, dus we hebben vijftien liter benzine weg moeten gooien (in een speciale ton). Erg zonde. Maar wel onze eigen schuld, want we hadden de voorwaarden niet goed gelezen, daar stond het natuurlijk gewoon in.
Na een dagje bijkomen in Devonport zijn we dus naar het koude en natte Cradle Mountain gereden. Supermooi gebied met mooie wandelroutes en heel veel 'wildlife', waaronder possums, wombats, wallabies en pademelons (heel kleine schattige buideldieren). We hebben er 's avonds, tijdens een 'spotlight' tour, wombats, wallabies en pademelons gezien. Ook zaten er 's avonds possums op de camping, die kwamen kijken of er nog iets van eten te halen viel. Er zijn altijd mensen die het leuk vinden om de beestjes te voeren, ook al hangt overal op dat je ze niet moet voeren, omdat ons eten slecht voor ze is, en ze er ziek van worden.
We hebben op heel Tasmanie geen Tasmaanse duivel in het wild gezien. We hebben ze wel in Cradle Mountain in het 'devil centre' gezien, waar o.a. zieke duivels worden opgevangen, en in een 'wildlife park' in de buurt van Hobart. Sinds 1995 is in sommige gebieden negentig procent van de duivelpopulatie gestorven aan een besmettelijke vorm van kanker. De beestjes sterven doordat er kankergezwellen groeien in het gezicht, waardoor ze op den duur niet meer in staat zijn om te eten. Het is niet precies duidelijk hoe de ziekte wordt overgedragen, en als er geen oplossing voor gevonden wordt, zullen ze waarschijnlijk snel uitsterven. Echt heel erg!
Na Cradle Mountain zijn we naar de noordkust gereden, waar we door een aantal plaatsen zijn gereden en in Stanley hebben overnacht. In Stanley staat/ligt de zogenaamde 'nut', een heel grote rots waar je omhoog kunt klimmen of met een kabelbaan omhoog kunt. De kabelbaan vonden we te duur, dus we zijn maar gaan lopen. Dat viel gelukkig heel erg mee..... En het uitzicht was erg mooi. Verder was er in Stanley niet zo veel te beleven en zijn we naar de westkust gereden, naar het plaatsje Strahan. Dat was een stuk van 270 km. Daar hebben we toch de nodige uren over gedaan, omdat Tasmanie erg bergachtig is, en er praktisch geen recht stuk weg te bekennen is. Erg mooi rijden, maar ook best vermoeiend. En natuurlijk moet je altijd oppassen voor overstekend wild.
In Strahan hebben we twee wandelingen gedaan naar mooie watervalletjes, en we zijn naar het 33km lange Ocean Beach gereden. Daar was vanaf de parkeerplaats een paadje door de duinen naar het strand, en daar bleek een tijgerslang te zitten!! Die hadden we op de heenweg niet gezien, maar met teruglopen zag Roger hem ineens vlak naast hem liggen, echt op ooghoogte. Toen Roger wilde kijken waar het hoofd zat en waar de staart, zodat ie rustig de goede kant op kon lopen, begon de slang net zijn kant op te bewegen. Dus toen kwam Roger toch maar snel terug rennen. Dat was best heel erg eng. We zijn maar helemaal omgelopen terug naar de auto en hebben de mensen die net aankwamen maar even gewaarschuwd. Brrrrrrrrr.......
Na Strahan zijn we naar Lake St. Clair gereden, een National Park zo'n honderd km onder Cradle Mountain. Je kunt niet rechtstreeks van het ene naar het andere National Park rijden, want dat is een heel ruig en ontoegankelijk gebied. Het is wel een 'overland track' van zo'n 85 km (6 dagen lopen) voor de wat fittere mensen onder ons. Het moet een heel mooie 'track' zijn, een van de mooiste wereldwijd, en veel 'hikers' komen er zelfs speciaal voor naar Tasmanie. Wij hebben ons maar beperkt tot wat kortere wandelingen, o.a. naar de Hogart Falls en naar een mooi uitkijkpunt (Donaghys Lookout), beide onderweg naar Lake St. Clair, en een wandeling van zo'n 5 km bij Lake St. Clair. Ook erg mooi. Alleen liepen we niet echt op ons gemak tijdens die wandeling van 5 km, want er hingen waarschuwingen op dat de tijgerslangen erg actief waren door het ongewoon warme weer. Gelukkig hebben we er daar geen meer gezien. Het was overigens erg druk bij Lake St. Clair, eigenlijk overal wel op Tasmanie. We dachten dat het wat rustiger zou zijn als de zomervakantie afgelopen zou zijn, maar dat dachten heel veel anderen ook. Doordat de afstanden zo kort zijn, en iedereen dezelfde route volgt, kwamen we ook heel vaak dezelfde mensen tegen.
Daarna: Mount Field National Park. Kamperen in het bos en 's avonds overal wallabies en pademelons. Heel erg leuk. We zijn er via een 14km lange kronkelweg naar Lake Dobson gereden, waar we een stuk langs het meer hebben gelopen in de hoop er een platypus te zien. Er zijn overigens een boel meertjes en kreekjes in Tasmanie waar platypuses zitten, en we hebben ons best gedaan er een te zien (gewoon heel stil langs het water gaan zitten), maar helaas. Tijdens onze vorige reis in Australie hebben we wel twee keer een platypus gezien, en we komen daar weer langs, dus wie weet, zien we er daar weer een. In onze 'Watching Wildlife Australia' gids (supergoede gids overigens) stond dat het leuk is om 's nachts nar de Russell Watervallen te lopen (vlakbij de camping). We zijn er 's middags een keer naartoe gelopen, toen het licht was, en daarna zijn we 's nachts om drie uur hetzelfde stukje gaan lopen (20 minuten). Toen hebben we er inderdaad een boel possums gezien, en twee 'eastern barred bandicoots'. Echt super. Dit schattige beestje is op 'mainland' Australie uitgestorven, doordat er veel te veel bos wordt gekapt en er te veel wordt gebouwd. Maar op Tasmanie zijn er gelukkig nog een boel. Ze waren ook echt niet bang en bleven lekker in het gras zitten grazen, zodat we ze goed konden zien. We hebben er geen foto van kunnen maken, maar we hebben wel een mooie foto op het internet gevonden:
Hobart vonden we een leuke, overzichtelijke en niet zo grote stad. We hebben er rondgewandeld door de wat oudere wijken, langs de haven en over het Salamanca plein, we zijn er naar het Tasmanian Museum geweest, en we hebben eindelijk weer eens een film gezien (Hannibal Rising). En: we hebben er dubbelzoute drop gevonden! We liepen langs een piepklein winkeltje waar allemaal glazen potten met snoep en drop in de etalage stonden, waaronder echte dubbelzoute drop. Lekker hoor. Was wel duur, dus we hadden maar een klein zakje, dat inmiddels ook allang op is. Over een maand of zo zullen we wel in Sydney zijn, en daar hebben we van andere Nederlanders een adres gekregen van een Nederlandse winkel, dus daar kunnen we weer wat Nederlandse dingetjes kopen (drop, gevulde koeken, mayonaise enzo) (ze hebben hier ook mayonaise, maar Remia is toch echt wel lekkerder).
Vlakbij Hobart is het Bonorong Wildlife Park. Er zijn een heleboel Wildlife Parks in Tasmanie, maar we hadden gelezen dat dit de mooiste zou zijn. Was ook inderdaad erg leuk. Er liepen een heleboel kangaroes en wallabies rond, en bij de kassa kregen we allebei een zakje voer om ze te voeren. Als er op een camping in het bos kangaroes naar je toe komen, doordat ze zo gewend zijn geraakt aan mensen, moeten we altijd ons best doen om ze niet te aaien, want we vinden het maar niks dat wilde kangaroes zo dichtbij mensen komen, maar nu mochten we ze aaien en voeren, en dat hebben we dan ook gedaan. Was heeeeeel erg leuk. Verder hebben we er weer Tasmaanse duivels gezien, wombats, koala's etc.
Na Hobart zijn we naar Bruny Island gereden, waar we twee nachten zijn geweest. Het is maar tien minuten varen met een ferry, dus we waren er zo. We hadden van tevoren niet gezien dat het grootste gedeelte van het eiland (heel slechte) onverharde wegen heeft, dus we hebben maar een gedeelte gezien. We hebben er een mooie wandeling gedaan naar Grass Point en Flute Cape. Dat was flink omhoog lopen, en het was echt bijna niet meer leuk, maar de uitzichten waren super en we hebben er een boel 'yellow-tailed black cockatoos' (zwarte geelstaartkaketoes) gezien. Dat zijn toch echt wel de mooiste kaketoes die we hebben gezien. Ze maken een heel apart, metalig raspend geluid. Het duurde even voor we in de gaten hadden waar dat rare geluid vandaan kwam. 's Avonds zijn we naar het strand gereden, waar een kolonie 'little penguins' leeft. Daar was een lange 'boardwalk' aangelegd, waar je overheen kon lopen om de pinguins te zien die uit zee terugkwamen na een dag vissen. We vermijden het altijd om in het donker te rijden, want 's avonds lopen er zoveel dieren rond. Met terugrijden zat er ook inderdaad ineens een kangaroe voor ons op de weg. Hij sprong gelukkig snel van de weg af, en we reden erg langzaam, dus we konden makkelijk stoppen. De meeste Aussies rijden stug door 's nachts, en dat is te merken. Er liggen altijd erg veel dode dieren langs en op de weg. Dat is al bijna gewoon.
Port Arthur was de volgende stop. Het is de belangrijkste toeristische trekpleister op Tasmanie, hebben we ons laten vertellen. Port Arthur is een strafkolonie uit de negentiende eeuw (1830-1877). Er staan nog een boel (vervallen) gebouwen uit die tijd en het is erg leuk om hier doorheen te dwalen. We zijn met een wandeling meegeweest met een gids langs een aantal gebouwen en door de verhalen begint het toch wel wat te leven en kun je je er een beetje een voorstelling van maken hoe het leven in zo'n strafkolonie is geweest. Het was destijds de strengste gevangenis in Australie en er werden voornamelijk gevangenen heen gestuurd die opnieuw in de fout gingen in Australie, en die dus extra zwaar gestraf moesten worden. Ontsnappen was niet mogelijk, omdat Port Arthur omringd is door water en er alleen een smalle toegangsweg is, waar grote honden vastgebonden waren, waar niemand langskwam. Tasmanie was overigens de tweede kolonie waar de Britten hun gevangenen heen stuurden. De eerste plek was Sydney. Wel een heel grappig idee dat de meeste Australiers afstammen van Britse gevangenen. Hoewel ze het zelf helemaal niet grappig vinden, en er liever niet aan worden herinnerd. Ha ha ha.
Freycinet National Park was de volgende bestemming. Ook weer een erg mooi park langs de kust, waar we weer een mooi stuk hebben gelopen naar een heel mooi uitkijkpunt over 'Wineglass Bay'. Het was weer een flinke klim, maar het was wel de moeite waard. De wandeling ging nog verder, naar beneden naar 'Wineglass Bay', maar dat vonden we weer een beetje te veel van het goede want je moest ook weer helemaal teruglopen. Dat was weer voor de wat fittere mensen. Iedereen die van flinke wandelingen houdt, kan z'n hart ophalen op Tasmanie!! Wij vinden het ook wel leuk om te lopen, maar bij 5 a 6 km houdt het wel op met de pret.
Vervolgens zijn we naar Mount William National Park gereden, helemaal in de noordoostelijke hoek. Het is de enige plek in Tassie waar de inheemse 'Forrester Kangaroo' voorkomt, en we hebben er een heleboel gezien toen we 's avonds de 'Forrester Kangaroo Drive' hebben gereden. Dat is een stuk van zo'n tien km langs open grasvelden waar 's avonds de kangaroes komen grazen. We hebben het stuk twee keer gereden, heen en terug, en hebben er bijna twee uur over gedaan. Met een sukkelgangetje van tien km per uur zijn we langs de kangaroes gereden. Er zaten er echt een heleboel. Ook hebben we vier wombats gezien, waaronder een moeder met een kleintje. Ze renden helaas allemaal snel de struiken in toen wij aan kwamen rijden. Toen we een wombat langs de kant van de weg zagen, zijn we uitgestapt. Hij rende natuurlijk meteen weg, maar toen we een stukje van de weg afgingen, zagen we hem ineens achter een struikjes staan, echt vlakbij. We schrokken wel even, want hij was best groot. Het arme beest was zich ook helemaal rotgeschrokken toen we ineens naast hem stonden. Hij stond stokstijf van schrik en stond heel hoog op z'n poten om zich extra groot te maken. Toen we even de andere kant opkeken, rende ie heeeeeel hard weg. Ze zien er erg log uit, maar blijkbaar kunnen ze over korte afstanden zo'n 40 km/h rennen.
De kampeerplaats binnen het park had alleen een wc in de vorm van een 'dunny' (een echte ouderwetse buiten wc). Op zich is zo'n simpele wc geen probleem, maar er lag een tijgerslang voor, die zich lekker aan het opwarmen was in de zon. Hij bleef er de hele dag in de buurt liggen. Toen hij uiteindelijk wegkroop, bleek zijn nest precies onder de wc te zijn... Gelukkig was er nog een picknickplaats in de buurt voor dagjesmensen, waar nog een andere 'dunny' stond. We zijn alletwee niet echt bang voor slangen, maar op Tassie zijn er toch net iets te veel tijgeslangen...
Launceston is de tweede grote stad van Tassie. We zijn er naar de Cataract Gorge geweest, een kloof waar een rivier doorheen stroomt met een heel mooi park eromheen, gewoon midden in de stad. Je kunt er wandelen langs de 'gorge' en zwemmen in een meer, en er is zelfs een groot zwembad bij. We hebben er lekker een dagje rondgehangen. De eerste nacht in Launceston waren we op een camping in de stad. Dat was echt een van de ergste campings waar we tot nu toe zijn geweest. We kregen een heel raar plekje achter de 'barbies' (barbeque's), waar dus de hele avond luidruchtige Aussies aan het bbq'en waren, en op een veldje naast ons stond een luidruchtig gezin met vier gillende kinderen. En tot overmaat van ramp stonden we ook nog onder een grote lamp..... (slaapt niet zo lekker). De volgende dag zijn we dus toch naar een andere camping 15km verderop gegaan, waar we een heerlijk rustig plekje hadden naast een mooie rivier.
Narawntapu National Park is het laatste National Park waar we zijn geweest. Het ligt op 30km ten oosten van Devonport. We hebben er een heleboel wombats gezien, ook heel dichtbij. De tweede avond dat we er waren hebben we er maar liefst negen gezien. Dat was wel heel bijzonder. En natuurlijk weer een heleboel kangaroes, wallabies en pademelons. Die blijven zo leuk, daar kunnen we maar geen genoeg van krijgen. De eerste avond hebben we gekampeerd op een plek waar alleen w.c.'s waren, en de tweede avond zijn we naar een andere plek gegaan, waar ook douches bij waren. In de 'bush' kamperen is heel erg leuk, maar we vinden het toch ook wel erg prettig als we lekker kunnen douchen.
We zijn nu alweer twee dagen in Melbourne en hebben lekker uitgerust op de camping. We hebben een erg prettige camping gevonden, zo'n twintig km van het centrum. Het is een andere camping dan die waar we waren voordat we naar Tasmanie gingen, want die was wat te druk en veeeeeel te duur. Deze camping is fijn, met een zwembad, internet, en een groot formaat tv met een boel filmzenders en cartoon network (Roger is helemaal gelukkig en heeft gisteren uren naar 'South Park' zitten kijken). Vanavond gaan we naar het theater, naar een live voorstelling van Little Britain. We hebben er heel veel zin in, en hopen dat we het een beetje kunnen volgen zonder ondertiteling.
Tot de volgende keer!!
Veel groetjes,
Mireille en Roger