Roger & Mireille zijn er even niet

Via deze weblog willen we iedereen zo goed mogelijk op de hoogte houden van onze reis.
Dus kom maar regelmatig terug, om te kijken waar we nu weer uithangen.

27 oktober 2007

Zuidereiland

Het zit er alweer bijna op in Nieuw-Zeeland. Het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland is heel anders dan het Noordereiland, en het is waarschijnlijk nog mooier. Er zijn hier heel veel meren, bergen met besneeuwde toppen, zeeleeuwen, dolfijnen, walvissen en pinguins. We hebben weer een heleboel mooie plekjes gezien, en een heleboel kilometers gereden langs groene weilanden vol met schapen en lammetjes. We zijn nu in Christchurch, waarvandaan we dinsdag vertrekken naar Chili. Morgenochtend leveren we de camper in, en dan slapen we de laatste drie nachten nog in een hostel in het centrum van Christchurch. We hebben een kamer met een eigen douche en toilet, en daar verheugen we ons heel erg op. In Australie en Nieuw-Zeeland hebben we in totaal op 178 campings gekampeerd, en we hebben het wel even gehad met campings en vooral de gedeelde douches en toiletten. Sinds het laatste hotel in Cambodja (10 augustus 2006) hebben we nog maar een keer een eigen douche en toilet gehad (op Aitutaki), dus dat is een luxe waar we de komende drie dagen van gaan genieten.

De eerste plek waar we op het Zuidereiland zijn geweest, is Kaikoura. Dat is een nogal toeristische stad aan een prachtige baai, waar alles draait om de boottochten waarbij je walvissen en dolfijnen kunt zien. Dat wilden wij natuurlijk ook wel meemaken, dus we zijn met een boot meegegaan om walvissen te kijken. Het was heel erg indrukwekkend! We zijn een kleine twee uur met een boot op het water geweest, en hebben vijf walvissen gezien, en een groepje dolfijnen (Dusky Dolphins). In de zomer komen hier meerdere soorten walvissen langs, maar nu zijn er alleen de 'sperm whales', heel grote walvissen van zo'n 18 meter lang (net zo groot als de boot). Ze duiken steeds voor zo'n veertig minuten onder water om te eten en komen dan een minuut of tien naar boven om te ademen, waarna ze weer naar onderen duiken. De bemanning van de boot kreeg via helikopers door wanneer en waar er een walvis naar boven was gezwommen, waarna de boot er snel naartoe ging, voordat ie weer onder water verdween. Het was wel een avontuur hoor, want de golven waren anderhalve meter hoog, en de boot danste op het water. Mireille heeft redelijk snel last van zeeziekte, maar ze had van tevoren een gemberpilletje genomen tegen zeeziekte, en dat heeft heel goed geholpen. Er waren flink wat mensen op de boot die niet echt van de walvissen hebben kunnen genieten, omdat ze zeeziek waren. Echt heel jammer.

Staart van een Sperm Whale

Lake Tekapo en Lake Pukaki zijn twee prachtige meren die tijdens de laatste ijstijd (vijftienduizend jaar geleden) zijn gevormd door gletsjers. Het water in die meren is een heel aparte kleur blauw, en dat komt door kleine deeltjes die met het smeltwater van de gletsjers in de meren komt. Doordat we zo hoog waren gereden en we tussen de bergen zaten, was het er 's avonds en 's nachts heel erg koud. Gelukkig hebben we een klein electrisch kacheltje in de camper. Na Lake Pukaki wilden we doorrijden naar Mount Cook, maar het weer was nogal slecht. Normaal heb je vanaf Lake Pukaki een heel mooi uitzicht op Mount Cook, maar we zagen er helemaal niets van, want de lucht zat helemaal dicht, en het waaide zo hard, dat er een verkeerswaarschuwing stond aan het begin van de weg naar Mount Cook. We zijn toen maar de andere kant op gereden en kwamen uit in Oamaru.

Uitzicht over Lake Tekapo

Oamaru bleek een heel leuke stad te zijn, met mooie oude gebouwen uit het eind van de negentiende eeuw, en twee kolonies pinguins: dwergpinguins (little blue penguins) en geeloogpinguins (yellow-eyed penguins). Dwergpinguins hadden we in Australie al een paar keer gezien, en je mocht ze alleen bekijken met een gids erbij (best duur), dus we zijn alleen gaan kijken bij de geeloogpinguins. Daar kon je gewoon naartoe rijden, stukje lopen naar het strand, en afwachten maar. We hadden helemaal niet gedacht dat we ze zouden zien, of alleen maar heel in de verte op het strand misschien, maar we hebben er een paar heel dichtbij gezien. Aan het einde van de middag, vanaf vijf uur, komen de pinguins uit zee, na een dag jagen, en klimmen ze omhoog naar hun nestjes in de struiken tussen de rotsen. In het begin zagen we er een paar ver beneden ons op het strand. Ze waren net te zien met het blote oog. Maar na een tijdje zagen we er ineens een die een heel eind omhoog geklauterd was en wel heel dichtbij ons stond. Toen zagen we ook pas hoe groot ze zijn: wel zeventig centimeter hoog. Na een uur kwamen we er achter dat er vlakbij ons een pinguin op een nest met ei zat. Hij/zij (ze wisselen elkaar af) zat zo stilletjes op het ei, dat we hem/haar helemaal niet hadden gezien of gehoord. Het was heel erg leuk om zo'n bijzondere pinguin van dichtbij te zien. Ze komen alleen in Nieuw-Zeeland voor, en er zijn er nog maar zo'n vijfduizend. Heel weinig nog maar dus. Dat komt doordat hun leefgebied steeds kleiner wordt, en de weilanden van de boeren steeds groter.

Yellow-Eyed Penguin

Na Oamaru zijn we doorgereden richting Dunedin. Onderweg zijn we nog gestopt in Moeraki om de beroemde Moeraki Boulders te zien. Dat bleek nog heel interessant te zijn, want op het strand en in het water liggen tientallen grote ronde keien (omtrek twee tot vier meter) die zo'n 65 miljoen jaar geleden zijn gevormd in de rotskliffen. Ze zijn in de loop der miljoenen jaren door erosie blootgelegd en liggen nu op het strand en in de zee. Het is een beetje een mysterie hoe ze precies gevormd zijn, maar het was in ieder geval wel erg mooi om te zien. Een stukje verder in Moeraki zijn we naar de vuurtoren gereden. Mooi stuk rijden door groene heuvels met heel veel schapen en lammetjes, en prachtige uitzichten. Bij de vuurtoren zijn we wat gaan rondlopen langs het water en zagen we zeehondjes liggen op de rotsen en ook in het gras tussen de schapen. Er zit daar ook een kolonie geeloogpinguins, maar het was nog vroeg in de middag toen wij er waren, dus ze waren allemaal nog op zee, behalve eentje die we op een nestje zagen zitten.

Dunedin is een gezellige (studenten)stad, met veel cafeetjes, restaurantjes en winkeltjes. We hebben er geshopt voor een nieuwe spijkerbroek voor Mireille, want de spijkerbroek uit China had een scheur op de kont die steeds groter werd en niet meer dicht te naaien was. Roger kan eindelijk z'n goede bril weer op, want we hebben er een nieuw glas in laten zetten. We wilden eerst een nieuwe bril laten aanmeten, maar dat is heel erg duur (Hans Anders kennen ze hier niet), en ook al zijn we er voor verzekerd, we vonden het toch een beetje zonde. En we zijn er naar de Cadbury chocoladefabriek geweest, waar we een rondleiding kregen door een gedeelte van de fabriek. Aan het begin kreeg iedereen een zakje, en gaandeweg de rondleiding werden daar repen ingedaan om mee te nemen en te proeven. Natuurlijk was er ook een winkeltje bij, waar je grote repen chocola kon kopen. We (Mireille dus) hebben ons ingehouden en maar 1 reep gekocht (heel lekkere gevuld met mousse). Roger vond de reep ook wel lekker, dus uiteindelijk heb ik (Mireille) hem toch maar moeten delen. We hebben er ook een magneetje voor op de koelkast gekocht in de vorm van een blokje chocola. Het is net echt, want toen ik (nog steeds Mireille) het magneetje een week later in een la zag liggen, vroeg ik me echt even af hoe die chocola daar nou toch terecht was gekomen. Ha ha ha.

Na Dunedin begint de toeristische route: Southern Scenic Route. Die route rijdt een paar honderd kilometer langs mooie plekjes langs de kust, helemaal tot voorbij Invercargill. We hadden een foldertje met alle mooie en interessante plekjes, maar we hebben er een stuk of wat uitgezocht om te stoppen, want het was veel te veel om overal te stoppen. Erg mooi was Nugget Point, waar een pad was langs het water, omhoog naar een vuurtoren. Vanaf de vuurtoren was het uitzicht heel erg mooi. Ook leuk was Cannibal Bay, waar we het strand opliepen en in de verte een heel grote zeeleeuw zagen liggen (een Hooker's sea lion). Hij lag heerlijk in het zonnetje en gaapte af en toe eens uitgebreid. We durfden er niet al te dichtbij te komen, want de mannetjes kunnen drie en een halve meter lang worden en dan wegen ze vierhonderd kilo. Megagrote beesten dus. Wel heel indrukwekkend om zomaar een zeeleeuw op het strand te zien, en dan zonder hek ervoor of zo.

Zeeleeuwen bij Waipapa Point

Curio Bay was ook de moeite waard voor een stop. Bij laag tij is er een versteend woud te zien, althans de resten ervan. Tussen de rotsen zijn versteende boomstronken en omgevallen boomstammen te zien van zo'n 180 miljoen jaar oud. Echt onvoorstelbaar als je daar tussendoor en overheen loopt. En nog een mooie stop was Waipapa Point, waar we een groep van acht zeeleeuwen op het strand zagen. Echt heel leuk. Ze waren heel actief en waren lekker in het water aan het spelen. De twee volwassen mannetjes waren erg groot, dus we zijn maar op een flinke afstand blijven staan. Ze kunnen blijkbaar agressief worden en je aanvallen, maar dat zal voornamelijk in het seizoen zijn dat er jonkies zijn, en die waren er nu niet.

In Invercargill zijn we een dagje op de camping gebleven om uit te rusten van al het rijden, en weer eens de was te doen. We hadden al dagen mooi weer gehad, en net die dag was het slecht. Dat was eigenlijk niet zo erg, want we wilden toch niet veel doen. Alleen jammer dat we de was niet buiten konden hangen en in de droger moesten doen. De camping lag heel mooi, zo'n tien kilometer buiten Invercargill, en het echtpaar dat de camping beheerde, had in een weiland een klein geitje van vijf weken oud staan, Heidy, en twee (wees)lammetjes van vier weken oud. Twee keer per dag kregen ze alledrie een fles melk. We zijn een keer gaan kijken, en dat was erg leuk. De flessen waren in een minuut leeg. Zo schattig om die lammetjes van zo dichtbij te zien en even te aaien. We zijn al vaker langs de weg gestopt om even te kijken naar de schapen en lammetjes, maar zodra je langzamer gaat rijden, rennen ze zo hard ze kunnen weg.

Na Invercargill zijn we naar Te Anau gereden, waarvandaan iedereen de tocht naar Milford Sound maakt. Te Anau ligt ontzettend mooi aan een prachtig meer omringd door bergen met besneeuwde bergtoppen. Het is 120 kilometer rijden naar Milford Sound, en je rijdt er zo'n twee uur over doordat je veel over slingerweggetjes moet rijden. Je kunt wel overnachten in Milford Sound, of op een van de vele kampeerplekken van de DOC (met alleen een toilet), maar veel mensen, ook wij, maken er een dagtocht van en rijden dezelfde dag weer terug. Het Zuidereiland, en dan vooral Milford Sound, is berucht om de 'sandflies', zandvlooien, die heel gemeen bijten. Aangezien Mireille in Darwin zo'n allergische reactie had op de bijten van die kleine ettertjes, wilden we daar niet blijven. Het viel gelukkig heel erg mee. Ze zijn er al wel, maar het zijn er nog lang niet zoveel als over een paar weken, als het weer wat warmer wordt. Milford Sound was erg mooi. De weg ernaar toe was al heel mooi. We zijn 's ochtends al om zeven uur vertrokken uit Te Anau, dus het was lekker rustig op de weg. De weersvoorspelling was niet al te best, en tegen de tijd dat we in Milford Sound aankwamen begon de lucht al te betrekken. We zijn er natuurlijk met een boottocht meegeweest door de 'sound'. De benaming 'sound' klopt overigens niet, werd ons verteld, want het is eigenlijk een fjord, net als in Noorwegen. Een fjord is namelijk uitgeslepen door een gletsjer, en een 'sound' door een rivier. En Milford Sound is ontstaan door een gletsjer. Het was erg mooi, met mooie bergen en watervallen. Halverwege de tocht begon het te regenen en zat de lucht helemaal dicht, maar dat maakte de omgeving heel mooi. Het zal met mooi weer en een blauwe lucht misschien wel mooier zijn, maar dit had ook wel wat. We vonden het helemaal geweldig dat we op de terugtocht een heuse 'fiordland crested penguin' zagen. Dat zijn dezelfde pinguins als in de film 'Surf's Up'. Echt heel schattig met die gele kuifjes boven op hun kop.

Milford Sound

Queenstown is het centrum van de adrenaline-sporten in Nieuw-Zeeland. Je kunt er van alles doen: bungy-jumpen (de originele van 43 meter en de laatste nieuwe van 134 meter hoog), sky-diven, skieen en snowboarden, met een speedboot over de rivier etc. Roger had wel graag nog een keer willen bungy-jumpen (en dan die van 134 meter), maar dat was gelukkig veel te duur...... (Mireille erg opgelucht). Op weg naar Queenstown hadden we vreselijk slecht weer: veel regen en zelfs natte sneeuw. Niet echt prettig rijden. Maar toen we eenmaal op de camping stonden, brak de zon door en werd het zelfs warm. We zijn lekker wat gaan rondlopen in het stadje en langs het water. De stad ligt heel erg mooi, aan alweer een prachtig meer omringd door bergen met besneeuwde toppen. We hadden een camping uitgezocht in de stad, zodat we de auto konden laten staan, maar dat had iedereen bedacht en we stonden er als op een parkeerplaats met z'n allen gezellig naast elkaar. Als het nu al zo druk is, hoe is dat dan als over een paar weken het toeristenseizoen echt losbarst?!?

De twee gletsjers Fox Glacier en Franz Josef Glacier zijn heel erg mooi. Bij beide gletsjers ligt een klein dorpje met restaurantjes, hotelletjes en campings, van waaruit je de gletsjers kunt bezoeken. Je kunt er met een gids de gletsjers op, je kunt er met een helikopter overheen vliegen, en je kunt er ook gewoon met de auto naartoe rijden, en het laatste stuk lopen naar de voet van de gletsjers. Dat hebben we bij allebei de gletsjers gedaan, en het was heel indrukwekkend om zo dicht bij een gletsjer te staan. Het zijn echt enorme ijsmassa's. Wel gek hoor, dat die pakken ijs in beweging zijn en soms wel een meter per dag naar voren kruipen. We lazen dat die beweging wordt veroorzaakt door de druk die wordt uitgeoefend door sneeuw die vijf jaar daarvoor bovenop de gletsjer is gevallen. Ook heel erg leuk was dat we er een aantal Kea's hebben gezien. Dat zijn papegaaien die alleen in Nieuw-Zeeland voorkomen en die als enige papegaaiensoort kan overleven in de bergen in de sneeuw. Ze zijn heel nieuwsgierig, wat erg leuk is, omdat ze best dichtbij komen en je ze goed kunt zien. De mensen hier vinden ze niet zo leuk, want Kea's vinden het leuk om dingen kapot te maken, zoals het rubber van ruitenwissers op auto's.

Franz Josef Glacier

Kea bij Fox Glacier

Na de gletsjers zijn we over de supermooie Arthur's Pass weer teruggereden naar de oostkant van het land. Het weer was erg mooi, met zon en een blauwe lucht, dus we hebben erg kunnen genieten van de prachtige uitzichten over (nog meer) bergen met besneeuwde toppen. We hadden inmiddels bedacht dat we eigenlijk in Kaikoura nog wel een boottocht wilden maken, en wel een tocht waarbij je kunt zwemmen met dolfijnen. Vanuit Kaikoura is het maar 180 kilometer naar Christchurch, dus we zijn er nog een keer terug gegaan. We wilden er eerst een dagje rustig aan doen, omdat we al een aantal dagen achter elkaar veel hadden gereden, dus we hadden ons voor maandagochtend opgegeven voor de tocht. Toen we maandagochtend wakker werden, stond het gigantisch te regenen, en ja hoor: de tocht was gecanceled. Eigenlijk niet zo erg natuurlijk, want het weer was echt slecht. Ze hadden de tocht van zondagmiddag ook al gecanceled vanwege de sterke wind op zee. We konden wel 's middags nog mee, want er waren nog twee plekjes beschikbaar. Daar wilden we even over nadenken, want het leek ons echt niet fijn om met dat slechte weer in de ijskoude zee te duiken (12 graden!!). We hebben uiteindelijk besloten om wel mee te gaan, maar om dan alleen vanaf de boot dolfijnen te kijken. Inmiddels waren die twee laatste plekjes ook al weg. Het weer knapte in de loop van de ochtend op en de zon ging zelfs schijnen. Het bleef tot het laatste moment onzeker of de tocht door zou gaan, omdat het op zee nog behoorlijk waaide, maar hij ging gelukkig door. En het was echt superleuk. We hebben een heleboel dolfijnen gezien en ook nog een heleboel albatrossen (met een spanwijdte van 3.5 meter!!). 'Dusky dolphins' zijn de meest speelse dolfijnensoort. Echt geweldig om te zien hoe ze hoog in de lucht springen en zich dan met een klap op het water laten vallen. Sommige kregen er geen genoeg van en bleven achter elkaar in de lucht springen. De groep mensen die in het water waren (met dikke wetsuits aan), hebben heel goed de dolfijnen onder water gezien, want een aantal zwom constant om ze heen. We vonden het toen ook best een beetje jammer dat we niet meteen die laatste twee plekjes hadden genomen, toen het kon. Maar goed: het was echt super om er zoveel om de boot te zien. Geweldig!!

Albatros

Dolfijn die maar geen genoeg kreeg van het springen

We hebben er veel zin in om rond te reizen in Zuid-Amerika, maar we zijn toch ook wel een beetje zenuwachtig om naar een continent te vliegen waar we nog nooit zijn geweest. We hebben voor de eerste paar nachten een hotel geboekt in Santiago, aan het Plaza de Armas, een van de oudste pleinen van de stad. Het ziet er op het internet leuk uit, dus we zijn benieuwd. Na een paar dagen wennen en de stad bekijken, vliegen we op 3 november naar Paaseiland. Echt super. We zijn heel blij dat we de vluchten naar en van Paaseiland in het rond-de-wereld-ticket hebben kunnen passen, want losse tickets waren toch wel wat te duur geweest. Op 10 november vliegen we van Paaseiland terug naar Santiago en vliegen we meteen door naar Calama in het Noorden van Chili. Daarna gaan we met bussen helemaal naar het zuidelijkste puntje van Chili. En verder weten we het nog niet precies.

Groetjes,

Roger en Mireille