Patagonie
Hallo allemaal,
We hebben de afgelopen weken veel mooie plekken gezien in Patagonie, het zuiden van Argentinie en Chili. Januari en februari zijn de beste maanden om daarheen te gaan, want dan is het weer over het algemeen goed. We hebben inderdaad geboft met het weer. We vonden het af en toe best koud, tussen 10 en 15 graden Celsius, maar over het algemeen hebben we veel zon en weinig regen gehad. En als de zon scheen, dan was het echt lekker, tegen de 20 graden. Het was wel erg druk overal. Het was natuurlijk nog (school)vakantie voor alle Argentijnen, Chilenen en Brazilianen, maar ook veel Europeanen en Noord-Amerikanen hadden een vakantie gepland naar Patagonie. We hebben daardoor vaak van tevoren een hotel moeten boeken (via Hostelbookers.com of bellen via Skype (in het Spaans...)), want de hotels liepen heel snel vol. En de bussen ook trouwens, dus als het kon kochten we de buskaartjes een paar dagen van tevoren. Als dat niet ging, dan hadden we meestal toch nog wel kaartjes, alleen waren dan alleen de slechtste plekken nog over: naast de w.c.
In Buenos Aires hebben we niet zo gek veel gedaan. We waren vlak daarvoor in Rio de Janeiro en Montevideo geweest, en we hadden niet zo'n zin om veel tijd door te brengen in weer een grote stad. Misschien een beetje jammer, want Buenos Aires is wel een heel leuke stad. We hebben er een middag door het centrum gewandeld, langs mooie pleinen, zoals het San Martin plein en natuurlijk het Plaza 25 de Mayo, bekend van de Dwaze Moeders van Argentinie. Het voelde wel een beetje vreemd om daar te lopen, omdat je de beelden van televisie kent, en je daar dan zelf loopt, op dezelfde plek waar de moeders elke week samen kwamen, en nog komen trouwens!, om aandacht te vragen en te protesteren tegen de verdwijningen van hun kinderen onder het bewind van Videla van 1976 tot 1981. Verder hebben we gewandeld in de oude wijk San Telmo, waar we een hotelletje hadden gevonden. Dat is een leuke wijk om doorheen te wandelen, want er zijn veel oude gebouwen met prachtige gevels.

In Buenos Aires zijn we op de bus gestapt naar Puerto Madryn. Dat was een rit van achttien uur. Erg lang, maar als je dat met een nachtbus doet, dan gaan het best goed, zeker omdat we dan allebei redelijk goed slapen. In Puerto Madryn hadden we geen hotelkamer geboekt, want we dachten dat het wel mee zou vallen met de drukte. Ha! Niet dus. We hebben zo'n anderhalf uur van hostel naar hotel naar hostel gelopen, en overal waren de kamers vol. Bedden op slaapzalen waren nog wel vrij, maar dat doen we liever niet. Uiteindelijk hebben we toch een kamer gevonden in een prima hotel, en hadden we nog een eigen badkamer ook. Was het gelukkig toch nog goed gekomen ;-) Puerto Madryn is een leuke stad, die mooi ligt aan het water. We hebben er twee dagtours (de eerste van vele) gedaan.
We zijn een dag naar Peninsula Valdez geweest. Dat was met een busje met zo'n 15 toeristen, een chauffeur en een heel enthousiaste gids, die veel wist van de natuur en de dieren. We zijn eerst naar Punta Norte gereden, waar een zeeleeuwenkolonie leeft. Er waren heel veel jonge zeeleeuwen, wat leuk was om te zien. We hebben er ook twee gordeldiertjes gezien. Eentje liep op het strand en klauterde via de duinen omhoog naar z'n holletje, en de andere liep op de parkeerplaats gewoon tussen de auto's en de mensen door en leek helemaal niet bang te zijn. De volgende stop was bij een plek waar zee-olifanten op het strand lagen. Het waren er niet zoveel, omdat het geen paar- of broedtijd was en de dieren dan op zee zijn. Er lagen een paar vrouwtjes en een mannetje. De mannetjes kunnen vijf meter lang worden en 2500 kilo wegen, echt enorm. Dit mannetje lag best ver van het uitkijkpunt vandaan op het strand, dus we konden hem helaas niet zo heel goed zien. We zijn ook nog bij een kleine pinguinkolonie van Magelhaen-pinguins gestopt, maar dat was maar tien minuten of zo, want de meesten van het groepje toeristen waren al bij Punta Tombo geweest, waar een enorm grote pinguinkolonie leeft, of zou daar nog naartoe gaan, zoals wij.

Punta Tombo was geweldig leuk. Het was best een eind rijden, zo'n twee en een half uur, maar het was het wel waard. We hadden deze dagtour bij een ander reisbureau geboekt, en we hadden weer dezelfde chauffeur en gids. Ze duwen alle toeristen blijkbaar gewoon in een busje waar nog plaats is. Maar dat maakte ons niet uit. Meestal stopt de bus maar anderhalf uur bij de pinguinkolonie, maar wij hadden er gelukkig twee uur. Dat vonden wij nog veel te weinig, want we hadden er wel de hele dag rond kunnen kijken. Moet je je voorstellen, 900.000 pinguins bij elkaar. Dat zijn er echt heeeeel veel. Ze zijn verspreid over best een groot gebied, maar je loopt er echt tussen de pinguins door, en ze zijn helemaal niet bang. Ze blijven gewoon lekker in het zonnetje zitten of liggen, en soms moesten we echt over de pinguins heen stappen, omdat ze op het pad lagen. Ze zijn van september tot maart in Punta Tombo, en in de overige maanden zijn ze op zee. Toen wij er waren, in februari, was het op z'n drukst. Naast de 500.000 volwassen pinguins, waren er ook alle in oktober geboren kuikens, en alle een- en tweejarigen. Deze laatste waren allemaal in de rui, waardoor ze er zo zielig uitzagen, met die losse plukken vacht.
De middag van de tour was opgevuld met een bezoek aan Gaiman, een Welsh gemeenschap, om thee te drinken, en de stad Trelew. Dit hadden ze van ons mogen overslaan, want dat was niet echt bijzonder. We hadden liever meer tijd bij de pinguins gehad, maar helaas.


Na Puerto Madryn zijn we naar El Calafate gegaan. Dat was eerst nog een lange busrit van achttien uur naar Rio Gallegos (weer 's nachts), waar we na twee uur wachten verder konden met de bus naar El Calafate (nog vier en een half uur). We hebben in Rio Gallegos meteen onze buskaartjes naar Ushuaia gekocht, voor vijf dagen later, want er gaan maar twee bussen per dag, en die zitten heel snel vol. Dat was maar goed ook, want zelfs voor vijf dagen later waren er nog maar vijf plaatsen beschikbaar. In El Calafate hadden we een kamer gereserveerd in een hostel. Het was dus weer afwachten wat we geboekt hadden, maar het was gelukkig een leuk hostel, met een fijne kamer. We wilden in El Calafate twee dagen naar de gletsjers, maar we vonden de eerste dag zo geweldig, dat we alledrie de dagen dat we daar waren naar de gletsjers zijn geweest.
De eerste dag hebben we een supermooie boottocht gemaakt over het Lago Argentino. Dat was een tocht van 's ochtends negen uur tot 's middags half zes. De boot vaarde langs besneeuwde bergen, ijsbergen en gletsjers, waaronder de prachtige Spegazzini-gletsjer en Upsala-gletsjer. Het was behoorlijk druk op de boot, maar we zijn veel buiten geweest (koud!!), om niets te missen van de omgeving. Zo stonden we meteen vooraan als we langs iets moois vaarden. We hebben die dag heel veel foto's gemaakt. Tegenwoordig zijn we twee keer zo lang bezig met foto's uitzoeken, omdat we een tweede, klein, cameraatje hebben, waarmee Roger net zoveel foto's maakt als Mireille met de grote camera. In Patagonie hebben we de afgelopen maand heel erg veel foto's gemaakt en het kwam er maar niet van om ze uit te zoeken, zodat het aantal is opgelopen tot maar liefst 1750 uit te zoeken foto's. Vandaar dat we laat zijn met een stukje op de pagina. Maar het is gelukt, zoals jullie zien, en op onze Flickr-pagina staat weer een hele selectie van de mooiste foto's.


De tweede en de derde dag in El Calafate zijn we naar de geweldig mooie Perito Moreno gletsjer geweest. Deze gletsjer is de best toegankelijke gletsjer in Patagonie en trekt in de zomer tweeduizend bezoekers per dag. Tot groot verdriet van de Chilenen, ligt de gletsjer in Argentinie. Maar de Chilenen hebben natuurlijk wel weer het Torres del Paine Nationaal Park, dus zo is het een beetje eerlijk verdeeld. We zijn twee dagen bij de gletsjer geweest, waarbij we steeds twee uur de tijd kregen om rond te kijken. Er is een wandelpad aangelegd met uitkijkpunten op verschillende hoogten, waarvandaan je de gletsjer heel goed kunt bekijken. Je hoort het ijs constant kraken en regelmatig vallen er met een enorme knal grote brokken ijs in het water. De gletsjer is zo'n dertig kilometer lang, vijf kilometer breed (aan de voet) en het ijs is zestig meter dik boven water en nog eens 170 meter dik onder water. Er vallen regelmatig stukken ijs van zo'n twintig meter hoog in het water, wat neerkomt op zo'n zeven verdiepingen hoog. Echt gigantisch. Als je er zo voor staat, heb je niet in de gaten hoe groot de gletsjer eigenlijk is. Pas als je er een boot voor ziet varen, of een foto ziet met mensen op het ijs, dan besef je pas hoe groot en dik het ijs is.


De derde dag zijn we op het ijs geweest. Dat hadden we als eens eerder gedaan op een gletsjer in Noorwegen, dus we (lees Mireille) vonden het van tevoren niet eng. We kregen ijzers onder onze schoenen, zodat we goed grip op het ijs hadden. Verder was het een gemakkelijke tocht, dus we hadden geen pikhouweel nodig. De tocht was heel leuk en mooi, langs ijs in de mooiste blauwe kleuren. Na anderhalf uur lopen en foto's maken, eindigde de tocht bij een 'bar', waar we een glas whisky kregen met ijs van de gletsjer.

Na El Calafate zijn we teruggegaan naar Rio Gallegos, waar we de volgende ochtend op de bus naar Ushuaia zijn gestapt. Dit is een rit van twaalf uur, maar de bussen rijden alleen overdag, omdat er een aantal grensovergangen zijn, en de bus met de ferry de Street of Magellan over gaat, wat allemaal niet 's nachts kan. Zo'n busrit overdag duurt echt veel langer dan een busrit 's nachts, en om de een of andere reden was de bus ook veel minder prettig, met veel minder beenruimte. Wat bussen betreft zijn we wel verwend in Argentinie en Chili, want de meeste bussen zijn heel comfortabel, met veel beenruimte en makkelijke stoelen. Maar goed, die dag dus net even niet, helaas. De snelste weg van Rio Gallegos (Argentinie) naar Ushuaia (Argentinie) is door een stuk van Chili heen, wat dus betekent: Argentinie uit, Chili in, Chili uit en Argentinie weer in. Al met al ging het redelijk vlot, maar je moet toch steeds weer in de rij voor een stempeltje in je paspoort. Toen we in Ushuaia aankwamen, om acht uur 's avonds, waren we behoorlijk moe. Gelukkig hadden we ook daar een hotelkamer gereserveerd, en dat bleek ook een prettig hotelletje te zijn (met maar acht kamers). We hadden daar geen eigen badkamer, maar de gezamenlijke badkamers waren netjes, en er was een goed uitgeruste keuken, en WiFi op de kamer, dus wij waren er blij mee. He was koud in Ushuaia, overigens de meest zuidelijk gelegen stad ter wereld, en we hebben zelfs de verwarming op de kamer aangehad 's nachts.
We zijn vanuit Ushuaia met een bus naar het Tierra del Fuego (Vuurland) Nationaal Park geweest, waar we een paar uur hebben gewandeld langs mooie meren. We hebben er een heel grote beverdam gezien, maar helaas geen bevers. Die lagen met z'n allen lekker te slapen toen wij er waren. We zagen er ook ook mooie grijze vos lopen, heel in de verte. De dag erna hebben we een boottocht gemaakt door de Beagle Channel. Dat was een heel mooie tocht van zo'n vijf uur, waarbij we zeeleeuwen hebben gezien, en een eiland met duizenden Magelhaen pinguins. We mochten niet van de boot af, maar we hebben de pinguins toch van dichtbij kunnen zien, want de meeste zaten langs het water en er waren er ook een boel in het water rondom de boot. Wat zijn dat toch een grappige beestjes. Ze waggelen zo onhandig, maar zodra ze in het water zijn, zijn ze razendsnel. Er waren ook een paar verdwaalde Gentoo pinguins op het eiland. Die leven op Antarctica, en een enkeling zwemt blijkbaar een beetje de verkeerde kant uit en komt dan in Ushuaia uit. Dat zijn nog mooiere pinguins dan de Magelhaen pinguins.

We wilden vier dagen in Ushuaia blijven, maar we konden geen buskaartjes krijgen voor onze volgende stop, Punta Arenas (weer in Chili), want alle bussen zaten vol. Ook op dit stuk rijden maar een of twee bussen per dag, wat in de zomermaanden blijkbaar veel te weinig is. We zijn de ochtend nadat we aankwamen meteen voor buskaartjes op pad gegaan, maar het lukte al niet meer om ze te pakken te krijgen voor vier dagen later. Er waren nog wel drie plaatsen beschikbaar voor een dag eerder, dus dat hebben we maar gedaan. Punta Arenas was wel een leuk stadje, maar we hebben er niet zo veel gedaan, alleen een beetje rondgewandeld door het centrum. Daarna zijn we naar Puerto Natales gegaan. Dat was maar drie uur met de bus en op dat stuk rijden veel bussen, dus dat ging gelukkig weer wat makkelijker.
Puerto Natales was heel toeristisch en heel druk met mensen die gaan trekken in het Torres del Paine Nationaal Park. Wij zijn maar een dag in het park geweest, wat natuurlijk veel te kort is, want Torres del Paine is een geweldig mooi natuurgebied, met prachtige meren, bergen en gletsjers. We hebben wel nog overwogen om voor een paar dagen te gaan en kampeerspullen te huren, maar Mireille had al een tijdje last van haar heup met lopen, wat waarschijnlijk nog van het paardrijden in de Pantanal was, dus het leek ons niet verstandig om zo'n lange stukken te lopen. Wel erg jammer, maar goed, niets aan te doen. We hebben in Puerto Natales wel nog een boottocht gemaakt door het Bernardo O'Higgins Nationaal Park. Dat was een heel mooie tocht door de Ultima Esperanza fjord, met prachtige uitzichten op besneeuwde bergen. We zijn langs de Balmaceda gletsjer gevaren, en een stukje verderop legde de boot aan en was het tien minuten lopen naar de voet van de Serrano gletsjer. Het blijft heel indrukwekkend om een gletsjer van zo dichtbij te zien. Hoewel je er nog altijd een flink eind vanaf staat natuurlijk, want het is te gevaarlijk om te dichtbij te komen. Je weet nooit wanneer er een gigantisch brok ijs naar beneden zal vallen. Daarna voer de boot terug, maar wij, en met ons nog veertien anderen, hadden nog een tocht erachteraan geboekt, namelijk een tocht van een uur in een Zodiac over de Serrano rivier. We werden goed ingepakt in lange regenjassen en zwemvesten en gingen toen met twee bootjes op weg. Ze hadden de bootjes gelukkig niet volgeduwd met mensen, wat meestal het geval is als je een tour boekt, zodat we maar met z'n achten in de boot zaten. Hierdoor hadden we de ruimte om lekker om ons heen te kijken. Het was een superleuke bootocht, met (weer) heel mooie uitzichten op de bergen. Aan het eind van de boottocht werden we door een busje opgewacht en teruggebracht naar Puerto Natales.

We hadden in toaal vijf dagen in Puerto Natales, dus we hebben er ook lekker geluierd, gelezen en televisie gekeken. Gelukkig hebben ze hier veel televisiezenders die films en series in het Engels uitzenden met Spaanse ondertiteling. In Puerto Natales zijn we op de boot gestapt voor de boottocht door de Chileense fjorden. We konden donderdag (28 feb) inchecken en onze tassen afgeven, maar we konden 's avonds om negen uur pas op de boot. Dat was niet zo heel handig, want we moesten om twaalf uur uitchecken uit het hotel. We hebben onze tassen afgegeven en zijn daarna een paar uur in een eet-/leescafe met WiFi gaan zitten en hebben daar thee gedronken, gelezen en geinternet. Na een paar uur, de thee was allang op, begonnen we ons een beetje ongemakkelijk te voelen, en zijn we verhuisd naar een restaurantje, waar we wat gegeten hebben en nog meer hebben geinternet, want ook daar hadden ze WiFi. Zo ging de dag eigenlijk nog best snel voorbij. Om negen uur gingen we de boot op, en kregen we nog wat informatie over de boot en de tocht. Het schip was trouwens geen echt cruiseschip, maar een vrachtschip dat zo is verbouwd dat er plaats is voor 180 passagiers. Wel heel leuk hoor! Het hele onderste deel van het schip is vrachtruimte en daarboven zijn twee etages met hutten, een grote eetzaal, en helemaal bovenin een knusse ruimte met bankjes en een barretje. We hadden twee bedden geboekt in een hut met vier bedden. Een prive-hut was veel te duur, maar een bed in een ruimte met tweeentwintig bedden, daar hadden we geen zin in. We waren wel heel benieuwd met wat voor mensen we de (heel kleine) hut zouden moeten delen. Het viel gelukkig heel erg mee, want we hadden maar een kamergenoot, Yu, een jongen uit Japan. We hebben helemaal geen last van hem gehad (en hij ook niet van ons trouwens). We hadden met z'n drieen een eigen douche en w.c. op de gang, die we op slot konden doen.

Het was een erg mooie boottocht. Het was alleen erg jammer dat we de eerste twee (van de drie) dagen slecht weer hadden. Het regende veel en er stond een koude wind. We hebben veel binnen gezeten met een boekje, en gingen af en toe naar buiten. De derde dag was het wel heel mooi weer en zat iedereen lekker de hele dag buiten. We hebben toen zelfs nog dolfijnen en walvissen gezien, heeeel in de verte. De eerste dag aan het einde van de middag voeren we langs de Skua gletsjer, weer zo'n enorme massa ijs. Het was net even droog en zonnig toen we aan kwamen varen, en terwijl de boot voor de gletsjer lag, betrok de lucht en begon het weer te regenen. Binnen een halve minuut was de hele gletsjer niet meer te zien door de mist. Het is echt ongelooflijk hoe snel het weer kan omslaan in Patagonie. Er was een prachtige regenboog, die helemaal te zien was, van de ene punt tot de andere punt, met heel felle kleuren. Zo'n mooie regenboot hadden we nog nooit gezien. En erboven stond nog een regenboog, alleen was deze niet zo fel.
De tweede dag vanaf een uur of vier voeren we een stuk over de open zee. Het schip schommelde behoorlijk, maar we hadden een pilletje genomen, dus we zijn niet misselijk geweest. Mireille wordt van deze pilletjes altijd heel erg slaperig, wat nu goed uitkwam, want zo heeft ze tenminste redelijk kunnen slapen. Het schip schommelde namelijk van het hoofeinde naar het voeteneinde en weer terug, waardoor je je constant schrap moest zetten in bed. Tegen een uur of vier 's ochtends voeren we weer door de fjorden en tussen de eilandjes en was het weer rustig. Het eten op de boot was trouwens goed. We kregen zelfs twee keer per dag een warme maaltijd, bij de lunch en het avondeten, waarbij we ook nog uit twee verschillende dingen konden kiezen. Na vier nachten en drie dagen varen, kwamen we op maandag 3 maart aan in Puerto Monnt.
We zijn nu in Bariloche (in Argentinie), een mooie stad in het merendistrict. Bariloche ligt aan een prachtig meer en is omringd door bergen. Het is een van de mooiste plekjes in de regio, en we wilden het nog graag zien voordat we naar Ecuador gaan. Morgen gaan we met de bus terug naar Puerto Monnt (Chili). Daar zijn we dan nog een dag om een pakje naar huis te sturen en een nieuw fotokaartje te kopen. We hebben nu twee kaartjes van 512 MB, waarmee we in totaal 250 foto's kunnen maken. We denken dat dat voor de Galapagos eilanden te weinig zal zijn, want daar zullen we wel foto's blijven maken, dus we gaan er nog een fotokaartje van 2 of 4 GB bijkopen. Woensdag 12 maart vliegen we dan via Santiago de Chile naar Quito, de hoofdstad van Ecuador. We hebben drie dagen in Quito en dan vliegen we 16 maart naar de Galapagos eilanden. Daar kijken we heel erg naar uit. Het is nog een beetje onwerkelijk dat we daar volgende week al zullen zijn. We hebben drie dagen voor onszelf in Puerto Ayora op het eiland Santa Cruz, waarna we 20 maart op de boot 'Darwin' stappen voor onze cruise van acht dagen. Het is een kleine motorboot, met plek voor zestien man, plus zes bemanningsleden en een gids. We zijn heel benieuwd hoe het allemaal zal zijn. maar daarover schrijven we de volgende keer meer.
Groetjes,
Mireille en Roger
We hebben de afgelopen weken veel mooie plekken gezien in Patagonie, het zuiden van Argentinie en Chili. Januari en februari zijn de beste maanden om daarheen te gaan, want dan is het weer over het algemeen goed. We hebben inderdaad geboft met het weer. We vonden het af en toe best koud, tussen 10 en 15 graden Celsius, maar over het algemeen hebben we veel zon en weinig regen gehad. En als de zon scheen, dan was het echt lekker, tegen de 20 graden. Het was wel erg druk overal. Het was natuurlijk nog (school)vakantie voor alle Argentijnen, Chilenen en Brazilianen, maar ook veel Europeanen en Noord-Amerikanen hadden een vakantie gepland naar Patagonie. We hebben daardoor vaak van tevoren een hotel moeten boeken (via Hostelbookers.com of bellen via Skype (in het Spaans...)), want de hotels liepen heel snel vol. En de bussen ook trouwens, dus als het kon kochten we de buskaartjes een paar dagen van tevoren. Als dat niet ging, dan hadden we meestal toch nog wel kaartjes, alleen waren dan alleen de slechtste plekken nog over: naast de w.c.
In Buenos Aires hebben we niet zo gek veel gedaan. We waren vlak daarvoor in Rio de Janeiro en Montevideo geweest, en we hadden niet zo'n zin om veel tijd door te brengen in weer een grote stad. Misschien een beetje jammer, want Buenos Aires is wel een heel leuke stad. We hebben er een middag door het centrum gewandeld, langs mooie pleinen, zoals het San Martin plein en natuurlijk het Plaza 25 de Mayo, bekend van de Dwaze Moeders van Argentinie. Het voelde wel een beetje vreemd om daar te lopen, omdat je de beelden van televisie kent, en je daar dan zelf loopt, op dezelfde plek waar de moeders elke week samen kwamen, en nog komen trouwens!, om aandacht te vragen en te protesteren tegen de verdwijningen van hun kinderen onder het bewind van Videla van 1976 tot 1981. Verder hebben we gewandeld in de oude wijk San Telmo, waar we een hotelletje hadden gevonden. Dat is een leuke wijk om doorheen te wandelen, want er zijn veel oude gebouwen met prachtige gevels.
In Buenos Aires zijn we op de bus gestapt naar Puerto Madryn. Dat was een rit van achttien uur. Erg lang, maar als je dat met een nachtbus doet, dan gaan het best goed, zeker omdat we dan allebei redelijk goed slapen. In Puerto Madryn hadden we geen hotelkamer geboekt, want we dachten dat het wel mee zou vallen met de drukte. Ha! Niet dus. We hebben zo'n anderhalf uur van hostel naar hotel naar hostel gelopen, en overal waren de kamers vol. Bedden op slaapzalen waren nog wel vrij, maar dat doen we liever niet. Uiteindelijk hebben we toch een kamer gevonden in een prima hotel, en hadden we nog een eigen badkamer ook. Was het gelukkig toch nog goed gekomen ;-) Puerto Madryn is een leuke stad, die mooi ligt aan het water. We hebben er twee dagtours (de eerste van vele) gedaan.
We zijn een dag naar Peninsula Valdez geweest. Dat was met een busje met zo'n 15 toeristen, een chauffeur en een heel enthousiaste gids, die veel wist van de natuur en de dieren. We zijn eerst naar Punta Norte gereden, waar een zeeleeuwenkolonie leeft. Er waren heel veel jonge zeeleeuwen, wat leuk was om te zien. We hebben er ook twee gordeldiertjes gezien. Eentje liep op het strand en klauterde via de duinen omhoog naar z'n holletje, en de andere liep op de parkeerplaats gewoon tussen de auto's en de mensen door en leek helemaal niet bang te zijn. De volgende stop was bij een plek waar zee-olifanten op het strand lagen. Het waren er niet zoveel, omdat het geen paar- of broedtijd was en de dieren dan op zee zijn. Er lagen een paar vrouwtjes en een mannetje. De mannetjes kunnen vijf meter lang worden en 2500 kilo wegen, echt enorm. Dit mannetje lag best ver van het uitkijkpunt vandaan op het strand, dus we konden hem helaas niet zo heel goed zien. We zijn ook nog bij een kleine pinguinkolonie van Magelhaen-pinguins gestopt, maar dat was maar tien minuten of zo, want de meesten van het groepje toeristen waren al bij Punta Tombo geweest, waar een enorm grote pinguinkolonie leeft, of zou daar nog naartoe gaan, zoals wij.
Punta Tombo was geweldig leuk. Het was best een eind rijden, zo'n twee en een half uur, maar het was het wel waard. We hadden deze dagtour bij een ander reisbureau geboekt, en we hadden weer dezelfde chauffeur en gids. Ze duwen alle toeristen blijkbaar gewoon in een busje waar nog plaats is. Maar dat maakte ons niet uit. Meestal stopt de bus maar anderhalf uur bij de pinguinkolonie, maar wij hadden er gelukkig twee uur. Dat vonden wij nog veel te weinig, want we hadden er wel de hele dag rond kunnen kijken. Moet je je voorstellen, 900.000 pinguins bij elkaar. Dat zijn er echt heeeeel veel. Ze zijn verspreid over best een groot gebied, maar je loopt er echt tussen de pinguins door, en ze zijn helemaal niet bang. Ze blijven gewoon lekker in het zonnetje zitten of liggen, en soms moesten we echt over de pinguins heen stappen, omdat ze op het pad lagen. Ze zijn van september tot maart in Punta Tombo, en in de overige maanden zijn ze op zee. Toen wij er waren, in februari, was het op z'n drukst. Naast de 500.000 volwassen pinguins, waren er ook alle in oktober geboren kuikens, en alle een- en tweejarigen. Deze laatste waren allemaal in de rui, waardoor ze er zo zielig uitzagen, met die losse plukken vacht.
De middag van de tour was opgevuld met een bezoek aan Gaiman, een Welsh gemeenschap, om thee te drinken, en de stad Trelew. Dit hadden ze van ons mogen overslaan, want dat was niet echt bijzonder. We hadden liever meer tijd bij de pinguins gehad, maar helaas.
Na Puerto Madryn zijn we naar El Calafate gegaan. Dat was eerst nog een lange busrit van achttien uur naar Rio Gallegos (weer 's nachts), waar we na twee uur wachten verder konden met de bus naar El Calafate (nog vier en een half uur). We hebben in Rio Gallegos meteen onze buskaartjes naar Ushuaia gekocht, voor vijf dagen later, want er gaan maar twee bussen per dag, en die zitten heel snel vol. Dat was maar goed ook, want zelfs voor vijf dagen later waren er nog maar vijf plaatsen beschikbaar. In El Calafate hadden we een kamer gereserveerd in een hostel. Het was dus weer afwachten wat we geboekt hadden, maar het was gelukkig een leuk hostel, met een fijne kamer. We wilden in El Calafate twee dagen naar de gletsjers, maar we vonden de eerste dag zo geweldig, dat we alledrie de dagen dat we daar waren naar de gletsjers zijn geweest.
De eerste dag hebben we een supermooie boottocht gemaakt over het Lago Argentino. Dat was een tocht van 's ochtends negen uur tot 's middags half zes. De boot vaarde langs besneeuwde bergen, ijsbergen en gletsjers, waaronder de prachtige Spegazzini-gletsjer en Upsala-gletsjer. Het was behoorlijk druk op de boot, maar we zijn veel buiten geweest (koud!!), om niets te missen van de omgeving. Zo stonden we meteen vooraan als we langs iets moois vaarden. We hebben die dag heel veel foto's gemaakt. Tegenwoordig zijn we twee keer zo lang bezig met foto's uitzoeken, omdat we een tweede, klein, cameraatje hebben, waarmee Roger net zoveel foto's maakt als Mireille met de grote camera. In Patagonie hebben we de afgelopen maand heel erg veel foto's gemaakt en het kwam er maar niet van om ze uit te zoeken, zodat het aantal is opgelopen tot maar liefst 1750 uit te zoeken foto's. Vandaar dat we laat zijn met een stukje op de pagina. Maar het is gelukt, zoals jullie zien, en op onze Flickr-pagina staat weer een hele selectie van de mooiste foto's.
De tweede en de derde dag in El Calafate zijn we naar de geweldig mooie Perito Moreno gletsjer geweest. Deze gletsjer is de best toegankelijke gletsjer in Patagonie en trekt in de zomer tweeduizend bezoekers per dag. Tot groot verdriet van de Chilenen, ligt de gletsjer in Argentinie. Maar de Chilenen hebben natuurlijk wel weer het Torres del Paine Nationaal Park, dus zo is het een beetje eerlijk verdeeld. We zijn twee dagen bij de gletsjer geweest, waarbij we steeds twee uur de tijd kregen om rond te kijken. Er is een wandelpad aangelegd met uitkijkpunten op verschillende hoogten, waarvandaan je de gletsjer heel goed kunt bekijken. Je hoort het ijs constant kraken en regelmatig vallen er met een enorme knal grote brokken ijs in het water. De gletsjer is zo'n dertig kilometer lang, vijf kilometer breed (aan de voet) en het ijs is zestig meter dik boven water en nog eens 170 meter dik onder water. Er vallen regelmatig stukken ijs van zo'n twintig meter hoog in het water, wat neerkomt op zo'n zeven verdiepingen hoog. Echt gigantisch. Als je er zo voor staat, heb je niet in de gaten hoe groot de gletsjer eigenlijk is. Pas als je er een boot voor ziet varen, of een foto ziet met mensen op het ijs, dan besef je pas hoe groot en dik het ijs is.
De derde dag zijn we op het ijs geweest. Dat hadden we als eens eerder gedaan op een gletsjer in Noorwegen, dus we (lees Mireille) vonden het van tevoren niet eng. We kregen ijzers onder onze schoenen, zodat we goed grip op het ijs hadden. Verder was het een gemakkelijke tocht, dus we hadden geen pikhouweel nodig. De tocht was heel leuk en mooi, langs ijs in de mooiste blauwe kleuren. Na anderhalf uur lopen en foto's maken, eindigde de tocht bij een 'bar', waar we een glas whisky kregen met ijs van de gletsjer.
Na El Calafate zijn we teruggegaan naar Rio Gallegos, waar we de volgende ochtend op de bus naar Ushuaia zijn gestapt. Dit is een rit van twaalf uur, maar de bussen rijden alleen overdag, omdat er een aantal grensovergangen zijn, en de bus met de ferry de Street of Magellan over gaat, wat allemaal niet 's nachts kan. Zo'n busrit overdag duurt echt veel langer dan een busrit 's nachts, en om de een of andere reden was de bus ook veel minder prettig, met veel minder beenruimte. Wat bussen betreft zijn we wel verwend in Argentinie en Chili, want de meeste bussen zijn heel comfortabel, met veel beenruimte en makkelijke stoelen. Maar goed, die dag dus net even niet, helaas. De snelste weg van Rio Gallegos (Argentinie) naar Ushuaia (Argentinie) is door een stuk van Chili heen, wat dus betekent: Argentinie uit, Chili in, Chili uit en Argentinie weer in. Al met al ging het redelijk vlot, maar je moet toch steeds weer in de rij voor een stempeltje in je paspoort. Toen we in Ushuaia aankwamen, om acht uur 's avonds, waren we behoorlijk moe. Gelukkig hadden we ook daar een hotelkamer gereserveerd, en dat bleek ook een prettig hotelletje te zijn (met maar acht kamers). We hadden daar geen eigen badkamer, maar de gezamenlijke badkamers waren netjes, en er was een goed uitgeruste keuken, en WiFi op de kamer, dus wij waren er blij mee. He was koud in Ushuaia, overigens de meest zuidelijk gelegen stad ter wereld, en we hebben zelfs de verwarming op de kamer aangehad 's nachts.
We zijn vanuit Ushuaia met een bus naar het Tierra del Fuego (Vuurland) Nationaal Park geweest, waar we een paar uur hebben gewandeld langs mooie meren. We hebben er een heel grote beverdam gezien, maar helaas geen bevers. Die lagen met z'n allen lekker te slapen toen wij er waren. We zagen er ook ook mooie grijze vos lopen, heel in de verte. De dag erna hebben we een boottocht gemaakt door de Beagle Channel. Dat was een heel mooie tocht van zo'n vijf uur, waarbij we zeeleeuwen hebben gezien, en een eiland met duizenden Magelhaen pinguins. We mochten niet van de boot af, maar we hebben de pinguins toch van dichtbij kunnen zien, want de meeste zaten langs het water en er waren er ook een boel in het water rondom de boot. Wat zijn dat toch een grappige beestjes. Ze waggelen zo onhandig, maar zodra ze in het water zijn, zijn ze razendsnel. Er waren ook een paar verdwaalde Gentoo pinguins op het eiland. Die leven op Antarctica, en een enkeling zwemt blijkbaar een beetje de verkeerde kant uit en komt dan in Ushuaia uit. Dat zijn nog mooiere pinguins dan de Magelhaen pinguins.
We wilden vier dagen in Ushuaia blijven, maar we konden geen buskaartjes krijgen voor onze volgende stop, Punta Arenas (weer in Chili), want alle bussen zaten vol. Ook op dit stuk rijden maar een of twee bussen per dag, wat in de zomermaanden blijkbaar veel te weinig is. We zijn de ochtend nadat we aankwamen meteen voor buskaartjes op pad gegaan, maar het lukte al niet meer om ze te pakken te krijgen voor vier dagen later. Er waren nog wel drie plaatsen beschikbaar voor een dag eerder, dus dat hebben we maar gedaan. Punta Arenas was wel een leuk stadje, maar we hebben er niet zo veel gedaan, alleen een beetje rondgewandeld door het centrum. Daarna zijn we naar Puerto Natales gegaan. Dat was maar drie uur met de bus en op dat stuk rijden veel bussen, dus dat ging gelukkig weer wat makkelijker.
Puerto Natales was heel toeristisch en heel druk met mensen die gaan trekken in het Torres del Paine Nationaal Park. Wij zijn maar een dag in het park geweest, wat natuurlijk veel te kort is, want Torres del Paine is een geweldig mooi natuurgebied, met prachtige meren, bergen en gletsjers. We hebben wel nog overwogen om voor een paar dagen te gaan en kampeerspullen te huren, maar Mireille had al een tijdje last van haar heup met lopen, wat waarschijnlijk nog van het paardrijden in de Pantanal was, dus het leek ons niet verstandig om zo'n lange stukken te lopen. Wel erg jammer, maar goed, niets aan te doen. We hebben in Puerto Natales wel nog een boottocht gemaakt door het Bernardo O'Higgins Nationaal Park. Dat was een heel mooie tocht door de Ultima Esperanza fjord, met prachtige uitzichten op besneeuwde bergen. We zijn langs de Balmaceda gletsjer gevaren, en een stukje verderop legde de boot aan en was het tien minuten lopen naar de voet van de Serrano gletsjer. Het blijft heel indrukwekkend om een gletsjer van zo dichtbij te zien. Hoewel je er nog altijd een flink eind vanaf staat natuurlijk, want het is te gevaarlijk om te dichtbij te komen. Je weet nooit wanneer er een gigantisch brok ijs naar beneden zal vallen. Daarna voer de boot terug, maar wij, en met ons nog veertien anderen, hadden nog een tocht erachteraan geboekt, namelijk een tocht van een uur in een Zodiac over de Serrano rivier. We werden goed ingepakt in lange regenjassen en zwemvesten en gingen toen met twee bootjes op weg. Ze hadden de bootjes gelukkig niet volgeduwd met mensen, wat meestal het geval is als je een tour boekt, zodat we maar met z'n achten in de boot zaten. Hierdoor hadden we de ruimte om lekker om ons heen te kijken. Het was een superleuke bootocht, met (weer) heel mooie uitzichten op de bergen. Aan het eind van de boottocht werden we door een busje opgewacht en teruggebracht naar Puerto Natales.
We hadden in toaal vijf dagen in Puerto Natales, dus we hebben er ook lekker geluierd, gelezen en televisie gekeken. Gelukkig hebben ze hier veel televisiezenders die films en series in het Engels uitzenden met Spaanse ondertiteling. In Puerto Natales zijn we op de boot gestapt voor de boottocht door de Chileense fjorden. We konden donderdag (28 feb) inchecken en onze tassen afgeven, maar we konden 's avonds om negen uur pas op de boot. Dat was niet zo heel handig, want we moesten om twaalf uur uitchecken uit het hotel. We hebben onze tassen afgegeven en zijn daarna een paar uur in een eet-/leescafe met WiFi gaan zitten en hebben daar thee gedronken, gelezen en geinternet. Na een paar uur, de thee was allang op, begonnen we ons een beetje ongemakkelijk te voelen, en zijn we verhuisd naar een restaurantje, waar we wat gegeten hebben en nog meer hebben geinternet, want ook daar hadden ze WiFi. Zo ging de dag eigenlijk nog best snel voorbij. Om negen uur gingen we de boot op, en kregen we nog wat informatie over de boot en de tocht. Het schip was trouwens geen echt cruiseschip, maar een vrachtschip dat zo is verbouwd dat er plaats is voor 180 passagiers. Wel heel leuk hoor! Het hele onderste deel van het schip is vrachtruimte en daarboven zijn twee etages met hutten, een grote eetzaal, en helemaal bovenin een knusse ruimte met bankjes en een barretje. We hadden twee bedden geboekt in een hut met vier bedden. Een prive-hut was veel te duur, maar een bed in een ruimte met tweeentwintig bedden, daar hadden we geen zin in. We waren wel heel benieuwd met wat voor mensen we de (heel kleine) hut zouden moeten delen. Het viel gelukkig heel erg mee, want we hadden maar een kamergenoot, Yu, een jongen uit Japan. We hebben helemaal geen last van hem gehad (en hij ook niet van ons trouwens). We hadden met z'n drieen een eigen douche en w.c. op de gang, die we op slot konden doen.
Het was een erg mooie boottocht. Het was alleen erg jammer dat we de eerste twee (van de drie) dagen slecht weer hadden. Het regende veel en er stond een koude wind. We hebben veel binnen gezeten met een boekje, en gingen af en toe naar buiten. De derde dag was het wel heel mooi weer en zat iedereen lekker de hele dag buiten. We hebben toen zelfs nog dolfijnen en walvissen gezien, heeeel in de verte. De eerste dag aan het einde van de middag voeren we langs de Skua gletsjer, weer zo'n enorme massa ijs. Het was net even droog en zonnig toen we aan kwamen varen, en terwijl de boot voor de gletsjer lag, betrok de lucht en begon het weer te regenen. Binnen een halve minuut was de hele gletsjer niet meer te zien door de mist. Het is echt ongelooflijk hoe snel het weer kan omslaan in Patagonie. Er was een prachtige regenboog, die helemaal te zien was, van de ene punt tot de andere punt, met heel felle kleuren. Zo'n mooie regenboot hadden we nog nooit gezien. En erboven stond nog een regenboog, alleen was deze niet zo fel.
De tweede dag vanaf een uur of vier voeren we een stuk over de open zee. Het schip schommelde behoorlijk, maar we hadden een pilletje genomen, dus we zijn niet misselijk geweest. Mireille wordt van deze pilletjes altijd heel erg slaperig, wat nu goed uitkwam, want zo heeft ze tenminste redelijk kunnen slapen. Het schip schommelde namelijk van het hoofeinde naar het voeteneinde en weer terug, waardoor je je constant schrap moest zetten in bed. Tegen een uur of vier 's ochtends voeren we weer door de fjorden en tussen de eilandjes en was het weer rustig. Het eten op de boot was trouwens goed. We kregen zelfs twee keer per dag een warme maaltijd, bij de lunch en het avondeten, waarbij we ook nog uit twee verschillende dingen konden kiezen. Na vier nachten en drie dagen varen, kwamen we op maandag 3 maart aan in Puerto Monnt.
We zijn nu in Bariloche (in Argentinie), een mooie stad in het merendistrict. Bariloche ligt aan een prachtig meer en is omringd door bergen. Het is een van de mooiste plekjes in de regio, en we wilden het nog graag zien voordat we naar Ecuador gaan. Morgen gaan we met de bus terug naar Puerto Monnt (Chili). Daar zijn we dan nog een dag om een pakje naar huis te sturen en een nieuw fotokaartje te kopen. We hebben nu twee kaartjes van 512 MB, waarmee we in totaal 250 foto's kunnen maken. We denken dat dat voor de Galapagos eilanden te weinig zal zijn, want daar zullen we wel foto's blijven maken, dus we gaan er nog een fotokaartje van 2 of 4 GB bijkopen. Woensdag 12 maart vliegen we dan via Santiago de Chile naar Quito, de hoofdstad van Ecuador. We hebben drie dagen in Quito en dan vliegen we 16 maart naar de Galapagos eilanden. Daar kijken we heel erg naar uit. Het is nog een beetje onwerkelijk dat we daar volgende week al zullen zijn. We hebben drie dagen voor onszelf in Puerto Ayora op het eiland Santa Cruz, waarna we 20 maart op de boot 'Darwin' stappen voor onze cruise van acht dagen. Het is een kleine motorboot, met plek voor zestien man, plus zes bemanningsleden en een gids. We zijn heel benieuwd hoe het allemaal zal zijn. maar daarover schrijven we de volgende keer meer.
Groetjes,
Mireille en Roger