Galapagos
Eindelijk weer een nieuw verhaal op de pagina! We zijn al een hele tijd terug van de Galapagos eilanden, maar het was daar zo prachtig, dat we veel te veel foto's gemaakt hebben. Dus dat duurde even voordat we die allemaal (zo'n 2500) uitgezocht hadden. Het stukje schrijven schoot ook niet erg op, omdat er ook in Panama en Costa Rica weer veel te zien en te doen is/was. Daarover volgt overigens over een paar weken een verslag met foto's van onder andere miereneters en luiaarden!!
De Galapagos eilanden zijn echt geweldig mooi. We hebben er elf fantastische dagen gehad: drie dagen in Puerto Ayora op het eiland Santa Cruz en acht dagen al varend langs elf verschillende eilanden. Er is in de Galapagos heel veel te zien aan dieren en mooie natuur. We hebben er erg geboft met het weer, want we hebben alleen de eerste paar dagen een paar regenbuien gehad, en verder was het droog, zonnig en (erg) warm. De Galapagos eilanden liggen overigens in de Stille Zuidzee, zo'n duizend kilometer uit de kust van Ecuador, het land waar ze toe behoren.
We zijn eerst een paar dagen in Quito geweest, waar het erg koud was (vijftien graden), en waar we 's nachts onder dikke dekens sliepen. We zagen een beetje tegen Quito op, omdat we veel verhalen hadden gehoord en gelezen over mensen die er beroofd zijn. Als we de straat opgingen, namen we dan ook maar geen grote camera mee en geen rugzakje. Gelukkig is alles goed gegaan en hebben we er ons redelijk op ons gemak gevoeld. We zijn naar de 'Mitad del Mundo' geweest - het midden van de aarde, oftewel de evenaar - die zo'n twintig kilometer boven Quito loopt. Er is een heel park opgezet, met een monument op de plek waar Franse geologen in 1736 hadden berekend dat de evenaar moest zijn. Niet dus, want de evenaar loopt zo'n honderd meter verder, volgens berekeningen met de GPS, iets wat de lokale bevolking ook in 1736 al wist zonder GPS. Maar de Fransen wilden niet luisteren en zo is de 'Mitad del Mundo' nu officieel honderd meter naast de echte evenaar. Er omheen is een heel park gebouwd, met restaurantjes, pleintjes en kleine musea. Was best leuk om doorheen te lopen, maar daarna zijn we ook nog naar het Inti Nan museum geweest, honderd meter verderop, waar dus de echte evenaar loopt. Daar werden leuke proefjes gedaan op de evenaar, zoals het laten weglopen van water: op het noordelijk halfrond draait het linksom, en op het zuidelijk halfrond rechtsom, en precies op de evenaar valt het recht naar beneden. We hebben er geprobeerd met de ogen dicht over de evenaar te lopen, maar dat ging echt niet. Na twee stappen verloren we al ons evenwicht. En we hebben er op de evenaar een (rauw) ei bovenop een spijker gezet, zonder veel moeite. Leuk hoor. Verder zijn we in Quito gaan winkelen in een groot winkelcentrum, waar we boekjes over de Galapagos hebben gekocht, een nieuwe batterij voor de camara, en een groter geheugenkaartje.
En toen was het zover: de Galapagos! Van Quito is het zo'n drie en half uur vliegen naar het vliegveld op het eiland Baltra. Dat is inclusief een (tank)stop in Guayaquil. Het was er erg warm, vergeleken met Quito, en dat was wel even wennen. Nadat we ieder USD 100 hadden betaald om binnen te komen (voor natuurbehoud, hopen we), zijn we in de bus gestapt naar het Itabaca Channel, waar we met een bootje naar de overkant werden gebracht, naar het eiland Santa Cruz. Daar stond weer een bus klaar om ons naar Puerto Ayora te brengen. Na een uurtje rijden waren we er. Een hotel was snel gevonden, want er is genoeg accommodatie. En er zijn ook restaurants, een supermarkt, internetcafes etc.
We hadden drie dagen in Puerto Ayora voordat we op de boot zouden stappen. De eerste dag zijn we 's ochtends naar Tortuga Bay gelopen, een uur lopen van Puerto Ayora. Het was een mooi stuk lopen, maar het was verschrikkelijk warm. Gelukkig hadden we genoeg water meegenomen, want we bleven zweten en drinken. Onderweg zagen we heel veel zogenaamde Darwin's vinkjes, de beroemde vinkjes waarvan (onterecht) wordt aangenomen dat Darwin specifiek hierop zijn evolutietheorie zou hebben gebaseerd. Er zijn in totaal veertien verschillende soorten vinkjes, die verspreid leven op de verschillende eilanden. Op het strand bij Tortuga Bay hebben we de eerste zeeleguanen gezien. Wat een mooie beesten zijn dat. Echt heel gaaf om die van zo dichtbij te zien. We hebben lekker gezwommen in een baai, waar het trouwens best druk was. We hadden er niet bij stil gestaan dat het Paasvakantie was en dat dan veel Zuid-Amerikaanse gezinnen op vakantie gaan naar de Galapagos.

De tweede dag zijn we gaan snorkelen op een aantal plekjes in de buurt van Puerto Ayora, waarbij we een zeeleguaan onder water hebben gezien, een heleboel mooie vissen, en een zeeleeuwtje, die langs ons heen zwom. De derde dag zijn we met een watertaxi naar Finch Bay gegaan, vanwaar we zijn gaan lopen naar 'Las Grietas', een mooie kloof in de rotsen met prachtig helder en ijskoud water. We hebben daar niet gezwommen en zijn er snel weggegaan vanwege de vele muggen. Daarna zijn we naar het strand Punta Estrada gelopen, waar we wel lekker hebben gezwommen.
Na drie dagen in Puerto Ayora zijn we 's ochtends op de bus/boot/bus gestapt terug naar het vliegveld, waar we gids Alberto van de boot 'Darwin' zouden treffen, evenals onze medepassagiers, die allemaal om twaalf uur met het vliegtuig uit Quito aankwamen. Nadat iedereen z'n bagage had verzameld, zijn we met een bus naar de haven gereden, tien minuten rijden van het vliegveld, waar onze boot klaar lag. In de haven werden we verwelkomd door een tiental zeeleeuwen, die heerlijk lagen te luieren op een paar bankjes bij het water. We werden met een rubberen boot (de panga) naar de Darwin gevaren, waar we werden verwelkomd door de crew en naar onze hut werden gebracht. We hebben wel geboft met onze hut. We zaten op het middendek en als we de deur open deden, stapten we zo naar buiten. Dat was wel een stuk beter dan de hutten op het benedendek, waar het blijkbaar erg warm was 's nachts. De hut was prima: een stapelbed, een kastje en wat plankjes voor onze spullen, een badkamertje met douche (warm water!) en wc, en er was zelfs airco. Beetje klein natuurlijk, maar heel goed te doen. Het was sowieso niet zo'n grote boot. We waren met z'n zestienen: tien Amerikanen, drie Zweden, een Ier, en wij. De bemanning was heel vriendelijjk en alles was goed verzorgd. Het eten was ook erg lekker. Iedere ochtend was om zeven uur ontbijt, om een uur (warme) lunch en om zeven uur 's avonds avondeten, waarbij je steeds zelf kon opscheppen uit de klaargezette schalen met eten. We hebben er goed gegeten, en we hadden ook constant trek door de zeelucht en doordat we de hele dag actief waren. Het programma was behoorlijk intensief, maar gelukkig was er ook genoeg tijd tussendoor om even op bed te liggen of buiten te zitten met een boek.

Iedere ochtend en iedere middag stond er een wandeling op een van de eilanden op het programma, of een snorkeltocht, of allebei. Meestal voer de boot 's avonds naar een volgend eiland, of soms tussen de middag, als de eilanden dicht bij elkaar lagen. We hadden een doosje pilletjes gekocht tegen zeeziekte, maar die hebben we gelukkig niet nodig gehad. Een of twee keer was de zee wat ruwer en voelden we ons een beetje vervelend, maar verder was het varen wel leuk, en het slaapt wel lekker in zo'n schommelende boot. Toen we aan het eind van de week van de boot afgingen, stonden we te wiebelen op onze benen. We waren helemaal gewend geraakt aan het constante schommelen. Het heeft een paar dagen geduurd voordat dat over was.
We hebben in totaal elf eilanden bezocht: Baltra (waar het vliegveld is), Santa Cruz (Puerto Ayora en het Darwin Research Centre), South Plaza, Santa Fe, Espanola, Floreana, Rabida, Santiago, Bartolome, Chinese Hat (Sombrero Chino) en North Seymour. De eerste ochtend op South Plaza was al geweldig mooi. Er leven op dat eiland een heleboel landleguanen. Deze waren helemaal niet bang en een paar kwamen zelfs naar ons toelopen om in onze schaduw te zitten, want de zon brandde behoorlijk.

We zullen verder niet elk eiland apart beschrijven, want dan zou dit wel een heel lang verhaal worden. De eilanden waren allemaal verschillend, met andere dieren, en andere planten en bomen. Op de verschillende eilanden hebben zich in de loop der tijd allerlei verschillende subsoorten ontwikkeld (niet alleen vinkjes maar ook leguanen, schilpadden, cactussen etc). Zo waren op een eiland, waar veel landleguanen zaten, de cactussen hoger (zodat de leguanen ze niet meer kaal aten) dan op andere eilanden. Op de verschillende eilanden zijn de zeeleguanen ook anders gekleurd en anders van grootte. We hebben veel dieren gezien, en het is echt waar dat de dieren niet bang zijn voor mensen. Op alle eilanden zijn wandelpaden die zijn afgezet met paaltjes. Daar mag je niet vanaf, maar dat hoeft ook helemaal niet, want de vogels, zeeleeuwen en leguanen zitten vlakbij de wandelpaden en vaak ook op de paden, zodat je nog moet uitkijken dat je niet op ze stapt zelfs. We vonden het vulkanische eiland Santiago een van de mooiste eilanden. Het eiland zelf is prachtig, met zwart vulkanisch gesteente, en er leven heel veel zeeleguanen.

Op het laatste eiland dat we hebben bezocht, Chinese Hat, hebben we eindelijk mannelijke fregatvogels gezien met de opgezette rode keelzak, waarmee ze de vrouwtjes proberen te verleiden. We hebben tijdens het varen ook heel veel fregatvogels gezien die met de boot meevlogen in de hoop op restjes eten, maar allemaal zonder opgezette keelzak. Het zijn erg grote vogels, met een spanwijdte van 2,2 meter. Verder hebben we heel veel bruine pelikanen gezien, zwaluwstaartmeeuwen, Nazca boobies, 'blue-footed boobies (Blauwvoet Jan-van-Genten). Deze laatste vogels zijn geweldige vissers. Ze duiken recht naar beneden het water in en op weg naar boven vangen ze de vis waar ze het op gemunt hebben.


Op heel veel eilanden leven zeeleeuwen, en deze zijn helemaal niet bang. De volwassen zeeleeuwen blijven gewoon liggen waar ze liggen als je langs loopt, maar de kleintjes zijn heel nieuwsgierig en komen naar je toe hobbelen om even aan je voeten te snuffelen. Heel schattig. Ook met snorkelen zijn we een paar keer zeeleeuwen tegengekomen. Ze zijn geweldig snel en elegant onder water, en ze zijn ook nieuwsgierig, want ze zwemmen om je heen en komen soms met hun snoet tot aan je masker om eens even te kijken.

Op het eiland Santa Cruz hebben we de Galapagos schildpadden gezien. Ze leven voornamelijk in de wat moeilijk toegankelijke hoger gelegen gebieden, maar gelukkig hebben we ze van dichtbij gezien in het Darwin Research Centre, en op het land van een boerderij dat grenst aan het leefgebied van de schildpadden. In het Darwin Research Centre hebben we Lonesome George (eenzame George) gezien, een (ongeveer) tachtigjarige schildpad. Lonesome George is in 1971 gevonden op het eiland Pinta en hij bleek nog de enige van zijn soort te zijn. Hij is overgebracht naar het Darwin Research Centre, waar pogingen zijn gedaan om hem te laten paren met dames-schildpadden die qua soort enigszins aan hem verwant zijn. Alle pogingen zijn tot nu toe helaas mislukt.

We hebben ook veel gesnorkeld, bijna elke dag wel, en ook dat was iedere keer geweldig. Afgezien van de vele prachtige tropisch gekleurde vissen, zagen we iedere keer roggen, zeeschildpadden, en haaien (white-tipped reef sharks en galapagos sharks). In het begin was het wel een beetje eng als er een haai onder ons door zwom, maar na een paar keer is het alleen nog maar heel fascinerend en helemaal niet eng. Ze zijn ook niet zo heel groot, zo'n 1,5 meter. Soms iets groter, soms iets kleiner. Het mooiste snorkelplekje was 'The Devil's Crown', een rotsformatie in de buurt van het eiland Floreana. Daar was zoveel te zien aan vissen, schildpadden, haaien en zeeleeuwen, echt supermooi. Ook het snorkelen bij Sombrero Chino was heel bijzonder, omdat we daar Galapagos pinguins hebben gezien. Er zaten er een paar op een rots langs het water, en toen we naar die pinguins aan het kijken waren, sprong er een het water in en die zwom zo dicht naar ons toe dat hij vlak voor ons gezicht dobberde. Daarna konden we nog een stukje met hem meezwemmen, voordat hij er als een raketje vandoor ging.


Verder hebben we nog een heleboel dolfijnen gezien. Twee keer aan het eind van de middag zagen we een enorme school dolfijnen. De eerste keer waren het gewone dolfijnen (common dolphins). Die waren met z'n allen aan het springen en kwamen soms meters hoog het water uit. De tweede keer waren het tuimelaars (bottlenose dolphins). Dat zijn niet zo'n springers, maar die zwemmen graag met de boot mee, en dat deden ze wel een kwartier lang.
We vonden de Galapagos eilanden geweldig mooi. Het is eigenlijk ongelooflijk dat het nog zo ongeschonden is, gezien het aantal mensen dat er woont (20.000) en het aantal toeristen dat er jaarlijks komt (150.000). Op het eiland Santa Cruz, wonen zo'n vijftien duizend mensen, en er zijn nog een drietal eilanden waar een paar duizend mensen wonen (San Cristobal, Isabela en Floreana).
Het Darwin Research Centre doet veel goed werk op de eilanden. Ze houden zich voornamelijk bezig met natuurbehoud, waaronder het opzetten en uitvoeren van projecten om niet-inheemse planten (o.a. bramenstruiken) en dieren (o.a. geiten, varkens, ratten) weer van de eilanden weg te krijgen. Vooral geiten hebben veel schade toegebracht op de eilanden, door veel groen op te eten, waardoor er niet veel overbleef voor de inheemse dieren, zoals de landschildpadden. Inmiddels zijn er al een heleboel geiten verwijderd van de eilanden (afgeschoten dus), en zijn ook gefokte landschilpadden teruggezet op bepaalde eilanden om de oorspronkelijke populatie te herstellen.
Na de Galapagos zijn we teruggevlogen naar Quito, waar we nog een dag zijn gebleven om een beetje bij te komen. Van Quito zijn we naar Panama City gevlogen en hebben we twee weken rondgereisd in Panama. Inmiddels zijn we alweer twee weken in het prachtige Costa Rica. Ons volgende stukje gaat dus over deze twee landen.
We hebben zoveel mooie foto's gemaakt (al zeggen we het zelf), dat jullie de overige foto's zeker ook nog moeten bekijken (SlideShow)
Groetjes,
Roger en Mireille
De Galapagos eilanden zijn echt geweldig mooi. We hebben er elf fantastische dagen gehad: drie dagen in Puerto Ayora op het eiland Santa Cruz en acht dagen al varend langs elf verschillende eilanden. Er is in de Galapagos heel veel te zien aan dieren en mooie natuur. We hebben er erg geboft met het weer, want we hebben alleen de eerste paar dagen een paar regenbuien gehad, en verder was het droog, zonnig en (erg) warm. De Galapagos eilanden liggen overigens in de Stille Zuidzee, zo'n duizend kilometer uit de kust van Ecuador, het land waar ze toe behoren.
We zijn eerst een paar dagen in Quito geweest, waar het erg koud was (vijftien graden), en waar we 's nachts onder dikke dekens sliepen. We zagen een beetje tegen Quito op, omdat we veel verhalen hadden gehoord en gelezen over mensen die er beroofd zijn. Als we de straat opgingen, namen we dan ook maar geen grote camera mee en geen rugzakje. Gelukkig is alles goed gegaan en hebben we er ons redelijk op ons gemak gevoeld. We zijn naar de 'Mitad del Mundo' geweest - het midden van de aarde, oftewel de evenaar - die zo'n twintig kilometer boven Quito loopt. Er is een heel park opgezet, met een monument op de plek waar Franse geologen in 1736 hadden berekend dat de evenaar moest zijn. Niet dus, want de evenaar loopt zo'n honderd meter verder, volgens berekeningen met de GPS, iets wat de lokale bevolking ook in 1736 al wist zonder GPS. Maar de Fransen wilden niet luisteren en zo is de 'Mitad del Mundo' nu officieel honderd meter naast de echte evenaar. Er omheen is een heel park gebouwd, met restaurantjes, pleintjes en kleine musea. Was best leuk om doorheen te lopen, maar daarna zijn we ook nog naar het Inti Nan museum geweest, honderd meter verderop, waar dus de echte evenaar loopt. Daar werden leuke proefjes gedaan op de evenaar, zoals het laten weglopen van water: op het noordelijk halfrond draait het linksom, en op het zuidelijk halfrond rechtsom, en precies op de evenaar valt het recht naar beneden. We hebben er geprobeerd met de ogen dicht over de evenaar te lopen, maar dat ging echt niet. Na twee stappen verloren we al ons evenwicht. En we hebben er op de evenaar een (rauw) ei bovenop een spijker gezet, zonder veel moeite. Leuk hoor. Verder zijn we in Quito gaan winkelen in een groot winkelcentrum, waar we boekjes over de Galapagos hebben gekocht, een nieuwe batterij voor de camara, en een groter geheugenkaartje.
En toen was het zover: de Galapagos! Van Quito is het zo'n drie en half uur vliegen naar het vliegveld op het eiland Baltra. Dat is inclusief een (tank)stop in Guayaquil. Het was er erg warm, vergeleken met Quito, en dat was wel even wennen. Nadat we ieder USD 100 hadden betaald om binnen te komen (voor natuurbehoud, hopen we), zijn we in de bus gestapt naar het Itabaca Channel, waar we met een bootje naar de overkant werden gebracht, naar het eiland Santa Cruz. Daar stond weer een bus klaar om ons naar Puerto Ayora te brengen. Na een uurtje rijden waren we er. Een hotel was snel gevonden, want er is genoeg accommodatie. En er zijn ook restaurants, een supermarkt, internetcafes etc.
We hadden drie dagen in Puerto Ayora voordat we op de boot zouden stappen. De eerste dag zijn we 's ochtends naar Tortuga Bay gelopen, een uur lopen van Puerto Ayora. Het was een mooi stuk lopen, maar het was verschrikkelijk warm. Gelukkig hadden we genoeg water meegenomen, want we bleven zweten en drinken. Onderweg zagen we heel veel zogenaamde Darwin's vinkjes, de beroemde vinkjes waarvan (onterecht) wordt aangenomen dat Darwin specifiek hierop zijn evolutietheorie zou hebben gebaseerd. Er zijn in totaal veertien verschillende soorten vinkjes, die verspreid leven op de verschillende eilanden. Op het strand bij Tortuga Bay hebben we de eerste zeeleguanen gezien. Wat een mooie beesten zijn dat. Echt heel gaaf om die van zo dichtbij te zien. We hebben lekker gezwommen in een baai, waar het trouwens best druk was. We hadden er niet bij stil gestaan dat het Paasvakantie was en dat dan veel Zuid-Amerikaanse gezinnen op vakantie gaan naar de Galapagos.
De tweede dag zijn we gaan snorkelen op een aantal plekjes in de buurt van Puerto Ayora, waarbij we een zeeleguaan onder water hebben gezien, een heleboel mooie vissen, en een zeeleeuwtje, die langs ons heen zwom. De derde dag zijn we met een watertaxi naar Finch Bay gegaan, vanwaar we zijn gaan lopen naar 'Las Grietas', een mooie kloof in de rotsen met prachtig helder en ijskoud water. We hebben daar niet gezwommen en zijn er snel weggegaan vanwege de vele muggen. Daarna zijn we naar het strand Punta Estrada gelopen, waar we wel lekker hebben gezwommen.
Na drie dagen in Puerto Ayora zijn we 's ochtends op de bus/boot/bus gestapt terug naar het vliegveld, waar we gids Alberto van de boot 'Darwin' zouden treffen, evenals onze medepassagiers, die allemaal om twaalf uur met het vliegtuig uit Quito aankwamen. Nadat iedereen z'n bagage had verzameld, zijn we met een bus naar de haven gereden, tien minuten rijden van het vliegveld, waar onze boot klaar lag. In de haven werden we verwelkomd door een tiental zeeleeuwen, die heerlijk lagen te luieren op een paar bankjes bij het water. We werden met een rubberen boot (de panga) naar de Darwin gevaren, waar we werden verwelkomd door de crew en naar onze hut werden gebracht. We hebben wel geboft met onze hut. We zaten op het middendek en als we de deur open deden, stapten we zo naar buiten. Dat was wel een stuk beter dan de hutten op het benedendek, waar het blijkbaar erg warm was 's nachts. De hut was prima: een stapelbed, een kastje en wat plankjes voor onze spullen, een badkamertje met douche (warm water!) en wc, en er was zelfs airco. Beetje klein natuurlijk, maar heel goed te doen. Het was sowieso niet zo'n grote boot. We waren met z'n zestienen: tien Amerikanen, drie Zweden, een Ier, en wij. De bemanning was heel vriendelijjk en alles was goed verzorgd. Het eten was ook erg lekker. Iedere ochtend was om zeven uur ontbijt, om een uur (warme) lunch en om zeven uur 's avonds avondeten, waarbij je steeds zelf kon opscheppen uit de klaargezette schalen met eten. We hebben er goed gegeten, en we hadden ook constant trek door de zeelucht en doordat we de hele dag actief waren. Het programma was behoorlijk intensief, maar gelukkig was er ook genoeg tijd tussendoor om even op bed te liggen of buiten te zitten met een boek.
Iedere ochtend en iedere middag stond er een wandeling op een van de eilanden op het programma, of een snorkeltocht, of allebei. Meestal voer de boot 's avonds naar een volgend eiland, of soms tussen de middag, als de eilanden dicht bij elkaar lagen. We hadden een doosje pilletjes gekocht tegen zeeziekte, maar die hebben we gelukkig niet nodig gehad. Een of twee keer was de zee wat ruwer en voelden we ons een beetje vervelend, maar verder was het varen wel leuk, en het slaapt wel lekker in zo'n schommelende boot. Toen we aan het eind van de week van de boot afgingen, stonden we te wiebelen op onze benen. We waren helemaal gewend geraakt aan het constante schommelen. Het heeft een paar dagen geduurd voordat dat over was.
We hebben in totaal elf eilanden bezocht: Baltra (waar het vliegveld is), Santa Cruz (Puerto Ayora en het Darwin Research Centre), South Plaza, Santa Fe, Espanola, Floreana, Rabida, Santiago, Bartolome, Chinese Hat (Sombrero Chino) en North Seymour. De eerste ochtend op South Plaza was al geweldig mooi. Er leven op dat eiland een heleboel landleguanen. Deze waren helemaal niet bang en een paar kwamen zelfs naar ons toelopen om in onze schaduw te zitten, want de zon brandde behoorlijk.
We zullen verder niet elk eiland apart beschrijven, want dan zou dit wel een heel lang verhaal worden. De eilanden waren allemaal verschillend, met andere dieren, en andere planten en bomen. Op de verschillende eilanden hebben zich in de loop der tijd allerlei verschillende subsoorten ontwikkeld (niet alleen vinkjes maar ook leguanen, schilpadden, cactussen etc). Zo waren op een eiland, waar veel landleguanen zaten, de cactussen hoger (zodat de leguanen ze niet meer kaal aten) dan op andere eilanden. Op de verschillende eilanden zijn de zeeleguanen ook anders gekleurd en anders van grootte. We hebben veel dieren gezien, en het is echt waar dat de dieren niet bang zijn voor mensen. Op alle eilanden zijn wandelpaden die zijn afgezet met paaltjes. Daar mag je niet vanaf, maar dat hoeft ook helemaal niet, want de vogels, zeeleeuwen en leguanen zitten vlakbij de wandelpaden en vaak ook op de paden, zodat je nog moet uitkijken dat je niet op ze stapt zelfs. We vonden het vulkanische eiland Santiago een van de mooiste eilanden. Het eiland zelf is prachtig, met zwart vulkanisch gesteente, en er leven heel veel zeeleguanen.
Op het laatste eiland dat we hebben bezocht, Chinese Hat, hebben we eindelijk mannelijke fregatvogels gezien met de opgezette rode keelzak, waarmee ze de vrouwtjes proberen te verleiden. We hebben tijdens het varen ook heel veel fregatvogels gezien die met de boot meevlogen in de hoop op restjes eten, maar allemaal zonder opgezette keelzak. Het zijn erg grote vogels, met een spanwijdte van 2,2 meter. Verder hebben we heel veel bruine pelikanen gezien, zwaluwstaartmeeuwen, Nazca boobies, 'blue-footed boobies (Blauwvoet Jan-van-Genten). Deze laatste vogels zijn geweldige vissers. Ze duiken recht naar beneden het water in en op weg naar boven vangen ze de vis waar ze het op gemunt hebben.
Op heel veel eilanden leven zeeleeuwen, en deze zijn helemaal niet bang. De volwassen zeeleeuwen blijven gewoon liggen waar ze liggen als je langs loopt, maar de kleintjes zijn heel nieuwsgierig en komen naar je toe hobbelen om even aan je voeten te snuffelen. Heel schattig. Ook met snorkelen zijn we een paar keer zeeleeuwen tegengekomen. Ze zijn geweldig snel en elegant onder water, en ze zijn ook nieuwsgierig, want ze zwemmen om je heen en komen soms met hun snoet tot aan je masker om eens even te kijken.
Op het eiland Santa Cruz hebben we de Galapagos schildpadden gezien. Ze leven voornamelijk in de wat moeilijk toegankelijke hoger gelegen gebieden, maar gelukkig hebben we ze van dichtbij gezien in het Darwin Research Centre, en op het land van een boerderij dat grenst aan het leefgebied van de schildpadden. In het Darwin Research Centre hebben we Lonesome George (eenzame George) gezien, een (ongeveer) tachtigjarige schildpad. Lonesome George is in 1971 gevonden op het eiland Pinta en hij bleek nog de enige van zijn soort te zijn. Hij is overgebracht naar het Darwin Research Centre, waar pogingen zijn gedaan om hem te laten paren met dames-schildpadden die qua soort enigszins aan hem verwant zijn. Alle pogingen zijn tot nu toe helaas mislukt.
We hebben ook veel gesnorkeld, bijna elke dag wel, en ook dat was iedere keer geweldig. Afgezien van de vele prachtige tropisch gekleurde vissen, zagen we iedere keer roggen, zeeschildpadden, en haaien (white-tipped reef sharks en galapagos sharks). In het begin was het wel een beetje eng als er een haai onder ons door zwom, maar na een paar keer is het alleen nog maar heel fascinerend en helemaal niet eng. Ze zijn ook niet zo heel groot, zo'n 1,5 meter. Soms iets groter, soms iets kleiner. Het mooiste snorkelplekje was 'The Devil's Crown', een rotsformatie in de buurt van het eiland Floreana. Daar was zoveel te zien aan vissen, schildpadden, haaien en zeeleeuwen, echt supermooi. Ook het snorkelen bij Sombrero Chino was heel bijzonder, omdat we daar Galapagos pinguins hebben gezien. Er zaten er een paar op een rots langs het water, en toen we naar die pinguins aan het kijken waren, sprong er een het water in en die zwom zo dicht naar ons toe dat hij vlak voor ons gezicht dobberde. Daarna konden we nog een stukje met hem meezwemmen, voordat hij er als een raketje vandoor ging.
Verder hebben we nog een heleboel dolfijnen gezien. Twee keer aan het eind van de middag zagen we een enorme school dolfijnen. De eerste keer waren het gewone dolfijnen (common dolphins). Die waren met z'n allen aan het springen en kwamen soms meters hoog het water uit. De tweede keer waren het tuimelaars (bottlenose dolphins). Dat zijn niet zo'n springers, maar die zwemmen graag met de boot mee, en dat deden ze wel een kwartier lang.
We vonden de Galapagos eilanden geweldig mooi. Het is eigenlijk ongelooflijk dat het nog zo ongeschonden is, gezien het aantal mensen dat er woont (20.000) en het aantal toeristen dat er jaarlijks komt (150.000). Op het eiland Santa Cruz, wonen zo'n vijftien duizend mensen, en er zijn nog een drietal eilanden waar een paar duizend mensen wonen (San Cristobal, Isabela en Floreana).
Het Darwin Research Centre doet veel goed werk op de eilanden. Ze houden zich voornamelijk bezig met natuurbehoud, waaronder het opzetten en uitvoeren van projecten om niet-inheemse planten (o.a. bramenstruiken) en dieren (o.a. geiten, varkens, ratten) weer van de eilanden weg te krijgen. Vooral geiten hebben veel schade toegebracht op de eilanden, door veel groen op te eten, waardoor er niet veel overbleef voor de inheemse dieren, zoals de landschildpadden. Inmiddels zijn er al een heleboel geiten verwijderd van de eilanden (afgeschoten dus), en zijn ook gefokte landschilpadden teruggezet op bepaalde eilanden om de oorspronkelijke populatie te herstellen.
Na de Galapagos zijn we teruggevlogen naar Quito, waar we nog een dag zijn gebleven om een beetje bij te komen. Van Quito zijn we naar Panama City gevlogen en hebben we twee weken rondgereisd in Panama. Inmiddels zijn we alweer twee weken in het prachtige Costa Rica. Ons volgende stukje gaat dus over deze twee landen.
We hebben zoveel mooie foto's gemaakt (al zeggen we het zelf), dat jullie de overige foto's zeker ook nog moeten bekijken (SlideShow)
Groetjes,
Roger en Mireille
hallo wereldreizigers
ik heb weer genoten van jullie beeldend verhaal! Ik zat al een beetje over jullie in omdat jullie lang niets hebben laten horen op de site. veel geluk! dág groet Marian Peters
Dag wereld burgers,
Mooi hoor om af en toe weer eens mee te lezen van waar jullie zijn.
Ik heb via de koude kant oof familie in equador wonen dus ik heb di met extra veel belanstelling gelezen.
Ik meld me snel weer.
Roland